Ik ben in het afgelopen jaar verschillende mensen tegengekomen die aangaven dat hun geloof een stuk minder levend is geworden (en soms vroegen ze zich zelfs af of het er nog was). Eveneens ben ik mensen tegengekomen die juist in deze coronaperiode verdieping van het geloof hebben gevonden. Om gelijk maar een snelle conclusie te trekken: in deze coronatijden kunnen dingen gaan schuiven wat betreft je geloof. Niet voor iedereen natuurlijk – bij allerlei mensen is hun geloof nog net zo stevig als 2 of 5 of 20 jaar geleden.

Maar als een en ander gaat schuiven, kan het twee kanten op. Voor sommigen was er in deze periode zowel meer reden als meer gelegenheid dan ooit tot bezinning, verdieping, stilte en gebed. Men integreerde de online-kerk in het ritme, men ging meer ‘geloofsgerelateerde dingen’ lezen of men maakte meer tijd voor gebed. Voor anderen was het tegendeel het geval. In de coronatijd was er minder ontmoeting met andere gelovigen en online-kerkdiensten werkten voor hen niet. En als gevolg daarvan begon het geloof te verwateren. En soms kwam men erachter dat men gebed, Bijbel en diensten niet eens zo miste… En God misschien ook wel niet…

Nu heeft een flinke verandering in je leven eigenlijk altijd de nodige invloed op je geloof. Bij mezelf merkte ik altijd al dat een verandering van woning of gezinssamenstelling of werkplek ook zomaar invloed had op mijn geloof. Ik moest dan weer nieuwe ritmes zoeken om mijn geloof te voeden. Soms ook nieuwe plekken, omdat een bepaalde ruimte ook kan helpen om het geloof te versterken (bijvoorbeeld die vaste plek om te bidden). En het kost dan bijna altijd even tijd om weer andere ‘geloofsopbouwende momenten’ in je leven in te bouwen. En als ik geen nieuwe ritmes of gewoonten vond, dan had dat vaak nadelige invloed op mijn geloof.

De coronatijd is een enorme verandering in ons leven geweest – in ieder geval voor de meesten van ons. Om maar een paar dingen te noemen: voor velen veranderden reistijd, werkplek en het sociale leven drastisch. En als je gewend was naar de kerk te gaan, dan stopte dat ook voor een groot deel. En het ‘samen geloven’ – ook in kleiner verband – was een stuk ingewikkelder (zeker als je kleine kids had). En dus moesten er nieuwe ritmes, gewoonten en plekken gevonden worden. En niet iedereen lukte dat… En daarbij kwam dat de kerk ook overvallen was door de coronacrisis en ook lang niet altijd wist hoe ze haar mensen het beste kon helpen met geloven nu mensen niet ‘gewoon’ op zondag konden verschijnen in de diensten.

Laat me er een observatie van C.S. Lewis bij halen. Hij zegt: ‘Als je eens honderd mensen zou ondervragen die hun christelijk geloof hebben verloren, dan moet ik nog zien bij hoeveel dit een zaak van oprechte redeneringen zou blijken te zijn geweest. Zouden de meeste mensen niet gewoon afdrijven?’ Ik denk dat Lewis gelijk heeft. Ik ken zeker die enkelingen die door veel lezen en nadenken hun geloof aan de kant hebben gezet (en net zo goed ken ik mensen die door veel lezen en nadenken juist het geloof hebben omarmd). Maar bij de meesten is het verlaten van het geloof een meer geleidelijk proces – niet het resultaat van één grote beslissing, maar van talloze kleine keuzes om minder tijd en aandacht aan het geloof te besteden.

Lewis houdt het niet bij deze observatie, maar draagt ook aan hoe je kunt voorkomen dat je van het geloof afdrijft. Eerst maar even wat Lewis onder ‘geloof’ verstaat: ‘Geloof, in de zin waarin ik dit woord hier nu gebruik, is de kunst van het vasthouden aan dingen die je eenmaal met het verstand hebt aanvaard, ondanks veranderingen in je stemmingen’. Volgens Lewis is dit geloof een ‘deugd’, oftewel iets goeds om naar te streven (of je er nu zin in hebt of niet). En zijn er volgens hem een paar stappen die helpen om dit geloof vast te houden.

De eerste stap is erkenning van het feit dat je stemmingen veranderlijk zijn. De volgende stap is er bewust voor te zorgen dat, als je de christelijke leer eenmaal hebt aanvaard, je gedachten iedere dag even worden beziggehouden met een paar hoofdpunten daarvan. Vandaar dat dagelijkse gebeden en godsdienstige lectuur en kerkgang noodzakelijke onderdelen van het christenleven zijn. We moeten voortdurend herinnerd worden aan wat we geloven. Net als ieder ander geloof blijft ook dit bij een mens niet vanzelf in leven. Het moet gevoed worden.

Als je eenmaal gelooft, dan is dat – hopelijk – een zaak waarbij je ook je verstand hebt gebruikt. Al spelen er natuurlijk ook allerlei andere dingen mee dan zuiver rationele overwegingen als iemand het christelijk geloof omarmt (denk aan gevoel, ervaring, verlangen, wil, et cetera). Maar als je eenmaal gelooft, dan is het zaak jezelf te herinneren aan wat je gelooft. Anders gezegd, je moet je geloof voeden. Anders kwijnt het weg.

Als je je geloof in God de moeite waard vindt, zal het je moeite kosten om in een veranderde situatie manieren te zoeken die je geloof voeden. Enerzijds heb je manieren nodig die helpend zijn als je alleen bent. Of dat nu via een podcast is (verrassend veel mensen worden geholpen door de podcast Eerst Dit), of via een leesrooster waarbij je bijvoorbeeld in 1 jaar de Nijbel door gaat, of via een christelijk dagboek, of via een dagelijks rondje wandelen voor stilte en gebed, of nog weer iets anders. Anderzijds heb je andere mensen nodig. Input via een online dienst, toch weer samenkomen zodra het kan, samen zingen, samen bidden, samen het geloof bespreken. Dat je dan desnoods zelf een klein groepje regelt met wie je op regelmatige basis samenkomt om de dingen van het geloof te bespreken. Dat vereist misschien wel verschillende dingen proberen en creatief zijn, maar je geloof staat of valt er mee.

Als ik nog een stap mag toevoegen aan wat Lewis voorstelt, dan zou dat dit zijn. Vertel iemand dat je meer of andere dingen wilt uitproberen om je geloof levend te houden. En vraag diegene je af en toe daarop te bevragen. Grotere kans dat er dan ook echt iets van je goede voornemen komt.

Iedereen is anders. Misschien helpen in de veranderde situatie van corona dezelfde dingen als daarvoor om je geloof fris en levend te houden. Maar goede kans dat je ook andere dingen moet doen om je geloof op hetzelfde peil te houden. Je hebt zelfs kans dat je geloof er nieuwe impulsen door krijgt. Of dat je dingen ontdekt die je zult blijven doen als corona (eindelijk) het land uit is.

Iedereen is anders. Maar iedereen heeft momenten en plekken en mensen nodig die hem/haar helpen het geloof vast te houden. En in deze tijd zijn dat misschien wel (deels) andere momenten en plekken en mensen…

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top