Not todo list I: Verzamel geen schatten op aarde

Gepubliceerd
zondag 03 november 2019

Voorganger

Niels de Jong

Tekst

Matteüs 6:19-24

Gezongen

Lof, aanbidding - Sela
Holy Spirit - Jesus Culture
Draw me close to you - Hillsong
Als u het huis niet bouwt - Opwekking 713
Gebed voor de werkdag - Sela
Zegen, aanbidding - Opwekking 454

Naar de lijst

Downloads / documenten

Preek


Er zullen hier ook vast mensen zijn die werken met ‘To do lijstjes’ – je weet wel van die lijstjes waarvan het leukste is om iets door te kunnen strepen. Ik weet niet of je dat ook wel eens hebt, maar ik schrijf er soms zelfs iets bij dat ik al heb gedaan om het daarna gelijk weer door te strepen. Gewoon voor het goede gevoel. Zulke ‘to-do-lijstjes – mits ze niet te lang worden en je er niet te veel van hebt – kunnen je helpen om dingen gedaan te krijgen.

Veel minder gebruikelijk – maar misschien wel net zo verstandig is om een ‘Do not – lijstje’ aan te leggen. Een lijstje met dingen waarvan je met jezelf afspreekt die niet meer te doen. En dat helpt om snel nee te zeggen tegen dingen die niet je verantwoordelijkheid zijn, die alleen maar frustreren of die een ander veel beter kan doen. Zo’n ‘Do not list’ helpt om je te focussen op wat je wel te doen staat.

Jezus geeft in zijn onderwijs ons ook dingen voor onze ‘Do not list’. Omdat dat dingen zijn die ons afhouden van wat ons echt te doen staat. Wat staat ons echt te doen? Volgens Jezus dit: God liefhebben boven alles en je naast liefhebben als jezelf’. Dat is volgens Jezus het echte leven, het goede leven, het leven volgens Gods bedoeling, het leven waarvoor we bestemd zijn. En Jezus gunt ons dat goede leven. En daarom die ‘do not dingen’ als: ‘anderen niet veroordelen’, ‘je geen zorgen maken’ en ook de uitspraak die we vandaag bespreken. Omdat die een bedreiging zijn voor een goed leven.

[Bijbellezing]

1. Verzamel geen schatten op aarde

Jezus wil dus dat als jij en ik in zijn spoor willen leven, dat we dan op onze ‘Do not list’ zetten: ‘verzamel geen schatten op aarde’. Ik denk dat deze uitspraak van Jezus gemakkelijk verkeerd begrepen wordt. Ik kom later nog op meer misverstanden, maar gelijk maar als eerste dit misverstand. Je kunt het vergelijken met zo’n experiment dat wel eens bij peuters gedaan wordt. Dat er dan een bakje met 7 kleine snoepjes neergezet wordt op tafel. En dan tegen dat kind gezegd: ‘als je dat een uur laat staan, dan krijg je een bakje met 7 grote snoepjes’. Dus zo’n kind moet dan z’n impulsen in bedwang houden, zich een uur lang inhouden en dan krijgt ie daarna alleen maar meer. Wel een aardig experiment, maar ook wel een beetje ‘peutertje pesen’. Laten we dit experiment daarom maar even het ‘peutertje-pesten-experiment’ noemen. Het lijkt dat Jezus zijn volgelingen ook zoiets meegeeft. Als je in dit leven je nu inhoudt, als je zo sterk bent om aardse bezittingen, aardse pleziertjes, de aardse geneugten van het leven kunt weerstaan. Dan krijg je later in de hemel hemelse schatten, dus veel groter geluk, plezier en heb je veel meer te genieten.’ Alsof Jezus bedoelt – tja, een leven met God dat is een leven lang een beetje doorbijten, maar als je leuke dingen ontzegt en wat vervelend dingen doet die wel goed zijn, dan verdien je hemelse schatten, oftewel een hemelse beloning: na je dood eeuwig geluk en vreugde.

Dit bedoelt Jezus hier dus niet. Want Jezus was niet tegen aardse schatten. Jezus had zelf nauwelijks bezittingen, maar hij had wel – zo weten we – een mooi bovenkleed waarin hij zich hulde. En als hem een feestje of een maaltijd werd aangeboden, dan nam hij dat vaak aan. En hij kon een zalving met dure olie ook wel waarderen. Jezus zegt niet: aardse schatten zijn helemaal niks. Nee, het zijn dingen die je kunnen toevallen in het leven en waar je van mag genieten. Een prettig huis, een goede maaltijd, een mooie prestatie, een stabiel inkomen - natuurlijk mag je er blij mee zijn, zelfs de bedoeling dat je ervan geniet. Want zo vanzelfsprekend is het niet, dus koester het als het je toevalt.

Maar wat bedoelt Jezus dan wel? Het gaat om dat woordje ‘verzamelen’. Dat heeft te maken met meer, meer en meer. Dat is niet blij zijn als je iets leuks toevalt. Maar dat je streeft naar steeds meer aardse schatten.

Dit zie je natuurlijk voortdurend gebeuren. Gedurende een leven zijn mensen voortdurend bezig met meer spullen, een mooier huis, een duurdere auto, meer vakanties, verdere reizen, luxer uit eten, duurdere kleding, nieuwere gadgets, een hoger banksaldo, meer financiele mogelijkheden, nog meer overvloed. Er wordt meer en meer verzamelt. Het kan jou en mij gebeuren. Dat we blijkbaar steeds meer nodig denken te hebben – nodig om te leven, nodig om gelukkig te zijn, nodig om ons zeker te voelen, nodig om ons veilig te voelen. En we weten ergens wel dat het zo niet werkt – dat zij die de meeste aardse schatten het gelukkigst zijn. Nee, duizenden jaren geleden iemand als Prediker al – dat je alles kon hebben, dat je van alles gezien kon hebben, dat je allerlei aardse schatten had verzameld – en dat je je toch leeg en zinloos kon voelen. Wij weten het ook als er voortdurend Hollywood-achtige sterren diep ongelukkig blijken te zijn. Wij weten het ook als we naar onszelf kijken – dat verzamelen van aardse schatten soms vooral doodvermoeiend is, en hooguit op korte termijn wat gelukkiger maakt, maar niet op de lange termijn.

En Jezus wil ons van die verzamelwoede afhelpen. Hij weet namelijk dat als we in beslag worden genomen door aardse schatten, als we daar voortdurend op gericht zijn, als we dat aan het opslaan zijn, dat dat schadelijk is voor onze ziel, schadelijk voor onze bestemming, schadelijk voor ons als mens, schadelijk voor de mensen om ons heen.

En dit stuk bevraagt ons – zeker als wij hier in het Westen een levensstandaard normaal vinden met buitengewoon veel aardse schatten. Als wij voortdurend gebombardeerd worden met dingen die ons aangeprezen worden die we ook moeten hebben of doen. Dan bevraagt Jezus: hoe zit dat met jou? Ben je net als zoveel mensen ook aan het verzamelen geslagen? En Jezus spreekt je echt niet alleen aan als je veel hebt. Je kunt ook weinig tot niets hebben en toch in beslag worden genomen door aardse schatten.

Maar hoe kun je het weten of te veel bezig bent met ‘verzamel je geen aardse schatten?’

Ik denk zo – denk je meer aan verzamelen of aan delen? Als je denkt aan spullen, bezittingen, geld, financien – denk je dan hoe je het kunt verzamelen of hoe je ervan weg kunt geven? Denk je steeds weer aan de volgende stap omhoog op je werk, of aan de volgende reis, of alweer bezig met het volgende feestje? Of denk je eraan wat je hier en nu kunt betekenen voor een ander? Ben je in je hoofd bezig met het zichtbaar maken van jezelf, van wat jij doet en presteert, het zichtbaar maken van de prestaties van je kinderen – of ben je bezig met het zichtbaar maken van God? Dit soort vragen zijn belangrijk om bij stil te staan – om erover te praten met elkaar. Want voor je het weet ben je weer aan verzamelen van aardse schatten geslagen om je zeker te voelen, of waardevol te voelen, of veilig.

Jezus bekritiseert dit ‘verzamelgedrag’. Hij zegt hoe tijdelijk die aardse schatten zijn, hoe weinig veiligheid ze bieden. Mot en roest vreten ze weg en dieven breken in om ze te stelen, zegt hij. Oftewel, je kunt het zomaar weer kwijt zijn wat je dacht te hebben. Want je goede naam kan je zomaar afgenomen worden. Je prestaties van nu zijn straks zomaar vergeten. Je bezit – over x aantal jaar is het niet meer hip en moet het weer vernieuwd worden. Je geld – het kan zomaar een heel stuk minder waard zijn; in ieder geval ga je het niet kunnen meenemen als je sterft. Zoals die dwaas uit een verhaal van Jezus – die een nog grotere schuur maakte om alles maar op te kunnen slaan wat hij verzamelde. Maar op de dag dat hij klaar was met zijn schuur, stierf hij. En niets van dat alles kon hij natuurlijk meenemen. En de moraal van dat verhaal van Jezus was: wat een dwaas ben je als je altijd maar met meer en meer verzamelen bezig bent.

Dit is het eerste punt van vandaag: ‘verzamel je geen schatten op aarde’. Niet doen, zegt Jezus. Een illusie om te denken dat het je helpt. Integendeel – het is zelfs schadelijk om het wel te doen – voor jezelf en anderen.

2. Verzamel je schatten in de hemel

Het tweede punt van vandaag – wat Jezus dan zegt wel te doen: ‘Verzamel je schatten in de hemel’. Nog een ander misverstand gelijk maar bespreken. We hadden al het peutertje-pesten-misverstand – nu jezelf inhouden om later extra veel te krijgen. Nu een ander misverstand: ik noem het he basis&bonus-misverstand. In dit misverstand worden de hemelse schatten, de dingen van God, gezien als de basis. Die moet je eerst veilig stellen – met dat basisinkomen is je pensioenopbouw geregeld, je beloning voor later en ook nu al je verzekeringspremies zijn geregeld, in gevallen van nood krijg je dan hulp. Erg belangrijk allemaal. Maar – in dit basisinkomen+bonus-misverstand – wil het leven echt een beetje leuk zijn, dan moet je zorgen dat je bonussen krijgt. Dan moet je dus extra je best doen, maar dan krijg je als bonus geld, reizen, eten, prestaties, je van alles kunnen veroorloven, etc. De dingen van God dus als een soort basis. De aardse schatten als de bonus die het leven echt leuk maken.

In dit misverstand zit een grote denkfout. Dat we veel te groot denken van die aardse schatten en veel te klein van die hemelse schatten. Die aardse schatten – en het plezier, gemak, zekerheid die ze geven – zijn zo tijdelijk zijn, en zo relatief, zo beperkt van waarde. Terwijl die hemelse schatten – dat is al zoveel meer dan we kunnen wensen. Die geven pas vreugde, vervulling, uitdaging. Niet later, maar nu al. Die zijn pas waardevol en maken echt gelukkig.

Als je je leven richt op allerlei aardse zaken die je wilt hebben of houden – dan is dat een teken dat je niet zo door hebt wat voor fantastisch God te geven heeft. Als je opgaat in aardse schatten verzamelen – dan heb je de waarde van die hemelse schatten uit het oog hebt verloren of zelfs nooit echt geproefd. Dan heb je blijkbaar niet meer door hoe buitengewoon veel geluk het geeft om die hemelse schatten te hebben. Jezus wist dat – dat die aardse schatten niet eens in de buurt komen van die hemelse schatten. En daarom dat Jezus hier onze aandacht wil verleggen – weg van die aardse schatten, onze blik richten op de hemelse schatten. Want Jezus heeft een leven op het oog voor mensen waarbij ze met iets veel beters, veel waardevollers bezig zijn, dingen die niet tijdelijk zijn, dingen die je niet zomaar weer kwijt bent. Namelijk met schatten in de hemel verzamelen.

Wat zijn die schatten in de hemel dan? Als het geen beloning in de toekomst na je dood is, wat dan wel? ‘De hemel’ is hier een aanduiding voor God, voor Gods werkelijkheid. En die schatten van God zijn dan:

Allereerst: God zelf. Hij is de grootste schat. Dat je God in je leven hebt – dat is pas waardevol. En dat doorstaat alles, dat blijft zelfs na je dood.
In de tweede plaats: mensen. Dat zijn Gods schatten. Ieder mens is van grote waarde. Als je gericht bent op mensen, dan ben je gericht op iets dat van grote waarde is. Hen moet je liefhebben, koesteren, bewaren. Ieder mens is een schat van God. Zeker de armen, de kleinen van deze wereld. Bijzonder waardevol voor God.
In de derde plaats: Gods aarde – een schat die hij ons in beheer heeft gegeven, om zuinig op te zijn, om al haar schoonheid te bewaren.
In de vierde plaats: die onbetaalbare zaken, zonder welke het leven arm is. De dingen als liefde, rechtvaardigheid, trouw, zuiverheid, vriendelijkheid, genade, kracht, vreugde. Van God gegeven dingen. Hemels. Goed. Waardevol.

Er zou meer te noemen zijn, maar je zou het kunnen samenvatten met: God en de dingen van Hem. God raak je nooit kwijt. Gods dingen blijven. Voor eeuwig en altijd. Mensen zijn altijd belangrijk. En alles – maar dan ook alles – wat je doet ten aanzien van deze schatten – is waardevol, wordt meegenomen Gods toekomst in, is volgens Jezus van eeuwigheidswaarde. Maar het geeft niet alleen toekomstige vreugde, maar in het hier en nu geeft het al zo’n geluk.

Iemand die dit ontdekte was de beroemde Russische schrijver Lev Tolstoj. Hij was iemand die eerst vol ging voor de aardse schatten. En hij verzamelde er vreselijk veel. Hij was beroemd, rijk, zeer welgesteld, had een groot gezin, allerlei bedienden, een landgoed, had veel aandacht, een van de grootste schrijvers die de wereld had voortgebracht, zeer succesvol. Maar hij kwam in een zeer diepe depressie terecht. Want hij zag in dat alles waaraan hij waarde hechtte, zou sterven of op de een of andere manier zou verdwijnen. Hij verviel in grote hopeloosheid. Totdat hij een alternatief ontdekte. Het alternatief van Jezus. Binnen de kortste keren was hij van zijn gedachten van uitzichtloosheid en zinloosheid verlost. Wat de aardse schatten hem niet konden geven, gaven de hemelse schatten hem wel.

Als je het zo tegenover elkaar zet – die aardse schatten en hemelse schatten – dan is het eigenlijk gek dat we zo vaak misleid worden door die aardse zaken – dat we daar zoveel over denken, zo vaak over dromen, zo veel voor doen. Zeker als je erover nadenkt wat Jezus er na van zegt. Dan begint hij over ons hart. Hij zegt: ‘waar je schat is, daar is je hart’. Je schat - waar je het meest zuinig op bent, wat je het liefste wil, wat je het meest koestert – daar zit je hart. En je hart – dat is in de bijbel de kern van wie je bent, daarvandaan wordt je aangestuurd, dat geeft je richting. En je hart is altijd ergens mee bezet. En wil je echt dat je hart zit bij prestaties, bezit, uiterlijkheden en tijdelijkheden? Dat dat soort dingen je leven richting geven, je beslissingen sturen?

Dit is het tweede punt van vandaag. Wees bezig met hemelse schatten, zet daar je hart op. die overtreffen de aardse schatten enorm, die geven veel meer geluk, zekerheid, vreugde, plezier, rust.

3. Aardse schatten en hemelse schatten te combineren?

Als derde punt nog dit. Ik denk dat voor velen van ons – in ieder geval als je al langer christen bent – dat het grootste probleem is, dat we denken het te kunnen combineren. We denken dat hemelse schatten + aardse schatten = het meest geluk. Ik zou dat het ‘En-en-misverstand’ kunnen noemen. Natuurlijk zijn we bezig met Gods dingen, we zitten in de kerk, we zijn er mee bezig. Natuurlijk zijn Gods dingen belangrijk. Maar ondertussen zijn we ook zeker bezig met links en rechts het nodige verzamelen. Dat rechtvaardigen we heel snel: Je mag toch ook genieten, rijk zijn is niet verboden, je hebt er toch voor gewerkt. En dat is ergens ook waar. Maar de conclusie klopt niet: het is een misverstand om te denken dat aardse en hemelse schatten prima te combineren zijn. Jezus haalt dit en-en-misverstand onderuit in vers 24:

‘niemand kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de een en de andere verwachten. Jullie kunnen niet God dienen en de Mammon.’

Volgens Jezus kun je ze niet naast elkaar zetten – want je gaat ofwel de een over de ander laten heersen, ofwel de ander over de een. Hou je zelf dus niet voor de gek, zegt Jezus, want niemand – niemand! – kan twee heren dienen. Hij neemt ‘de Mammon’, de god van het geld, als voorbeeld van een aardse schat. De meest gezochte aardse schat. Jezus zegt dan dus niet: ‘jullie kunnen niet God en geld dienen’, maar hij heeft het in plaats van geld over ‘de Mammon’. Daarmee geeft Jezus aan dat geld geen neutrale aardse schat is die je ofwel goed ofwel slecht kunt inzetten. Nee, geld heeft ook invloed, het is een macht, het is iets dat je in de greep kan krijgen. Voor je het weet dient het geld niet jouw doelen, maar dien jij het geld. Je ziet het om je heen gebeuren – steen-, steenrijke mensen zijn nog steeds bezig, soms tot op hoge leeftijd om nog meer geld te verzamelen. Je ziet het om je heen gebeuren, dat mensen steeds meer willen zonder er tevredener op te worden. Je ziet het bij jezelf, dat je steeds meer kunt willen hebben, verdienen, om je veilig, zeker te voelen. Geld is – net als elke andere aardse schat – een manier om je zekerheid uit te halen. Maar het is niet iets neutraals, het is iets met een eigen agenda. Paulus kan geldzucht de wortel van alle kwaad noemen. Niet dat alle kwaad uit geldzucht voortkomt, maar wel dat geldzucht kan leiden tot alle vormen van kwaad – leugen, bedrog, veroordeling, afgunst, hoogmoed, geweld, moord, gezinnen worden er voor opgeofferd, vriendschappen worden er voor opgegeven, etc. Het dienen van geld – hele culturen kunnen er aan ten gronde gaan, hele families kunnen er door stuk gaan, vriendschappen kunnen erdoor verpest worden. Jij en ik kunnen er zo door ingepakt worden, dat we geld/financien/inkomen – dat we het dienen, vereren, veel te hoog waarderen. Het zal ons minder mens maken.

Het derde punt van vandaag is dat Jezus zegt: hou jezelf niet voor de gek dat jij het prima kunt combineren, dat jij twee heren kunt dienen. Je dient de Heer of het meer, meer en meer van de Mammon. Van het meer, meer en meer van de Mammon wordt je alleen maar minder mens. Terwijl van het dienen van de Heer, daar je een vrij en vrijgeving mens van.

Afsluiting – hoe neem je deze boodschap van Jezus mee?

Ik sluit af door je iets voor te stellen. Je kunt deze hele preek aannemen als een advies. Een advies dat Jezus 2000 jaar geleden gegeven heeft. Richt je niet op het verzamelen van schatten die op aarde zo belangrijk lijken, maar nogal kwetsbaar en tijdelijk zijn. Maar deel je aardse schatten. En richt je op het verzamelen van dingen van blijvende waarde, de dingen die Jezus dus hemelse schatten noemt. En ik zou zeggen als je het nog niet zo weet met Jezus, als het geloof nog nieuw voor je is: volg dit advies van Jezus eens op, neem de proef op de som, en kijk of het werkt. Of je er beter van wordt, of je meer mens wordt.

Je kunt deze hele preek, deze woorden van Jezus ook nog op een andere manier aannemen. Dat het nog wat dichterbij komt. Niet als een beproefd advies uit vroeger tijden. Maar als een woord van vandaag. Een woord dat hij, de levende Jezus, nu, vandaag tegen je zegt. Dat hij als het ware naast je komt zitten vandaag. En zegt: ‘joh, ik weet waar je vol van bent. En daarom wil ik je iets zeggen. Niet om je plezier te ontnemen, maar juist omdat ik je zoveel gun. Omdat ik je het beste gun in het leven. Daarom zeg ik je: hou op met dat verzamelen van aardse schatten. Dat meer geld, verdere reizen, meer kunnen veroorloven, mooiere kleren, betere prestaties, nog meer status. Denk nou niet dat als je daar van alles hebt, dat je er dan bent. Denk nou niet dat als je daar steeds meer van hebt, dat je het geluk hebt of zeker kunt zijn. Alsjeblieft – stop met verzamelen en begin meer te delen. En richt je dan op wat beters, op wat echte schatten zijn. God. Zijn mensen. Zijn wereld. Zijn dingen. Op die blijvende dingen.’ Ik hoop dat je zo Jezus tegen je hoort praten. En dat hij er dan aan toevoegt: ‘joh, even voor de zekerheid: Laat je niet inpakken door de mammon. Denk niet dat jij wel zo slim en sterk bent dat je m kunt weerstaan. Niemand kan twee heren dienen. Laat mij je Heer zijn. En je zult alleen maar meer mens zijn. Je zult alleen maar meer vrij zijn. Je zult een goed leven hebben.’

Amen.