Not todo list III: Niet voor de ogen van de mensen

Gepubliceerd
zondag 17 november 2019

Voorganger

Niels de Jong

Tekst

Matteüs 6:1-6, 16-18

Gezongen

Met open armen - Schrijvers voor gerechtigheid
Vol ontzag - Christian Verwoerd
God I look to you - Jenn Johnson
Laat het huis gevuld zijn - Opwekking 623
Ik kan niet zonder U - Christian Verwoerd
By faith - Keith en Kristyn Getty

Naar de lijst

Downloads / documenten

Preek


We hebben het vandaag voor de derde keer over een Not To Do punt van Jezus. Zo krijgen we een klein Not to do lijstje van Jezus. 1) Maak je geen zorgen (maar vertrouw op God de Vader); 2) verzamel geen schatten op aarde (maar richt je op de dingen van God). En nu als derde: ‘geen keuzes maken voor de ogen van mensen’.

Deze drie punten komen uit de Bergrede, waarschijnlijk de beroemdste toespraak van Jezus, en misschien wel de meest beroemde toespraak aller tijden.

Jezus gaat met deze toespraak in op een van de grootste vragen die de mens heeft, een vraag die van alle tijden is, een vraag die wij mensen ook vandaag de dag hebben – denk maar aan alle lifestyle-bladen, alle rolmodellen waar we naar kijken, alle adviezen waar we naar luisteren – het is de vraag: wat is het goede leven? Wat is het juiste om te doen?

Jezus heeft het dan in zijn toespraak over wat het goede leven is, wat dat inhoudt, hoe dat eruit ziet. En hij heeft dus ook een aantal dingen die je afhouden van dat goede leven. Nou kan de titel van deze serie suggereren dat je ‘gewoon’ een paar dingen niet moet doen en ‘gewoon’ een paar dingen wel en dat je er dan bent. Zo simpel ligt het niet. Jezus brengt het goede leven niet terug tot een aantal gedragsregels of stappenplannen, ook niet tot een serie geboden en verboden. Want dat blijft allemaal buitenkant-werk, terwijl Jezus het juist om de binnenkant, het hart van mensen te doen is. Want als de binnenkant goed is, dan komen de goede keuzes vanzelf, dan komt de goede daden vanzelf, de goede woorden ook. En die drie ‘Not To Do dingen van Jezus’ – die gaan ook over onze binnenkant, ons hart, onze motivatie zou je ook kunnen zeggen.

We beginnen te lezen in vers 1 in hoofdstuk 6. In dat eerste vers zit het principe. De rest is uitwerking van dat principe door allerlei voorbeelden te geven. Jezus zegt dit tegen de mensen die bij hem in de leer zijn – toen en daar, maar ook vandaag de dag:

[Bijbellezing]

Let op dat jullie de gerechtigheid niet beoefenen voor de ogen van mensen, alleen om door hen gezien te worden. Dat is waar het om gaat. ‘De gerechtigheid beoefenen’ – dat is doen wat recht is, wat klopt, wat waar is, wat goed en juist is. In hoofdstuk 5 heeft Jezus daar al het een en ander aan voorbeelden van gegeven wat dat dan is – gerechtigheid doen. En nu in hoofdstuk 6 gaat het Jezus over de motivatie om dat goede te doen.

Jezus houdt de mensen voor: ‘let op dat je het goede niet doet alleen maar om door de mensen gezien te worden’. En later noemt hij dat ‘om door de mensen geprezen te worden’. Dat is niet het goede leven dat Jezus voor staat. Jezus is dus niet van het idee – ‘het maakt niet uit uit welke motivatie je iets doet, als je maar het goede doet’. Veel religies, levensbeschouwingen, levensstijl-gidsen, gezondheidsgoeroes – die slaan de motivatie over, en zijn met allerlei regels en voorschriften gericht op de buitenkant, op goed gedrag. Jezus niet – en hij is bijzonder scherp op de religie van zijn dagen die ook vaak op die buitenkant gericht was. Ook hier weer in matteus 6 – huichelachtigheid noemt hij dat, schijnheiligheid. Een uiterlijk goede buitenkant, terwijl er slechte motieven een rol spelen. Jezus is daar allergisch voor.

Die schijnheiligheid – zo legt Jezus uit in matteus 6 – komt als je altijd maar bezig bent om door mensen gezien te worden. Hij geeft een aantal voorbeelden uit zijn tijd over zulke schijnheiligheid – voorbeelden van de Farizeeen, mensen die hoog aangeschreven stonden in de samenleving van toen, mensen die het leven, de godsdienst, het geloof heel serieus namen. En dat lieten ze merken ook. Het was allemaal zo vroom, zo goed, zo keurig, zo perfect.

Maar Jezus noemt hen huichelaars. Letterlijk staat daar in oorsponkelijke Grieks – hypocriet (een woord die ook in onze taal is beland). En dat was een term die uit de toenmalige theaters kwam lopen. Hypocrieten waren toen toneelspelers, mensen met een masker op. Ze leken het een, maar waren natuurlijk anders. In de tijd van Jezus waren er heel wat van zulke theaters – ook vlakbij Nazareth is er later eentje opgegraven. Jezus betrekt dat woord uit de theaterwereld op hoe je in het leven kunt staan. Je kunt ook wat betreft je goede dingen, zelfs wat betreft je godsdienstige dingen, een hypocriet zijn, een toneelspeler. Het lijkt het een, maar eigenlijk ben je heel anders.

Jezus noemt dan drie voorbeelden van gebieden waarop deze huichelachtigheid blijkt. Eerst op het gebied van geven, daarna op het gebied van bidden en daarna op het gebied van vasten. In de religieuze samenleving van toen drie dingen waarmee je heel goede sier kon maken. Waarschijnlijk zijn dit voor de meesten van ons niet de gebieden waar wij proberen om mee gezien te worden. Al kan het wel – dat je heel subtiel probeert je geefgedrag onder de aandacht van anderen te brengen. Of dat je zo probeert te bidden dat het indruk maakt op anderen, dat die het mooi vinden. En het zou kunnen dat je vast, dat je jezelf dingen ontzegt van bepaalde dingen om daarmee indruk te maken op anaderen. Nu is het punt natuurlijk niet dat geven, bidden en vasten verkeerde zaken zijn om te doen. Het punt is dat onder goede godsdienstige dingen verkeerde motieven schuil kunnen gaan, die het onecht maken, schijnheilig. Dat het je niet om die goede dingen gaat, maar om gezien te worden.

Nu lijkt het me duidelijk dat maar weinig mensen in onze tijd en cultuur godsdienstige zaken inzetten om gezien te worden. In onze tijd en cultuur doen mensen dat veelal op andere terreinen. En wij lopen het risico dat ook zomaar te doen en zo ook hypocrieten te worden, huichelaars of toneelspelers. En waar die Farizeen vroeger naar de hoek van de straat moesten lopen om gezien te worden, dat hoeven wij allemaal niet meer te doen. Wij hebben social media – met een paar klikken kunnen we weer iets posten om gezien te worden en geprezen te worden. En met aantallen views en aantallen likes kun je bijhouden of dat allemaal een beetje lukt. En als je jezelf nog een beetje gek wilt maken, dan ga je je views en likes vergelijken met die van anderen.

Maar goed, op welke gebieden in onze tijd en cultuur wordt er veel toneel gespeeld? Op welke gebieden proberen we het goede te doen om maar gezien te worden. Laat ik er drie noemen.

  1. Werk. Ik denk dat deze zelfs met stip op 1 staat. Werk – in principe iets goeds, via je dagelijks werk het goede te doen, iets bij te dragen aan een groter geheel, of dat nu betaald of onbetaald is. Helemaal niet verkeerd om je talenten te gebruiken, je in te zetten. En toch – werk wordt zo vaak ingezet om gezien te worden. Mensen werken soms heel hard, veel te hard en veel te veel om maar hogerop te komen, want hogerop staat voor beter, staat voor meer goedkeuring. En meer goedkeuring van mensen betekent waardevoller. Onzin natuurlijk – maar het gebeurt zoveel. Mag ik je vragen – doe je mee aan dit toneelspel? Werk je veel te hard en veel te veel en doe je dat ‘voor de ogen van de mensen’? En wat je nu doet – doe je dat omdat je het echt wilt, het echt bij je past – of om maar gezien te worden of geprezen te worden – door je ouders of je vrienden bijvoorbeeld?
    Weet je hoe je merkt dat je werk inzet ‘voor de ogen van de mensen’? Als jij bij nieuwe contacten even subtiel laat vallen wat voor werk je doet. Of tegen mensen even tussen de regels door zeggen wat je ook nog gedaan hebt. Of je functie benoemen terwijl het niet nodig is. Of aan vrienden vertellen wat voor interessant of invloedrijk iemand je onlangs nog gezien of gesproken hebt op je werk. Of toch wel erg vaak noemen hoeveel mensen je onder je hebt. Of dat jezelf altijd voorstelt aan de hand van je werk. Allemaal van die zogenaamd onschuldige dingen, maar ze verraden dat je een toneelspeler bent. Dat je bezig bent om jezelf naar voren te duwen, jezelf te bewijzen, je zelf onder de aandacht te brengen via je werk (of via je opleiding, dat kan ook)

  2. Een ander gebied. Met wie je praat. Ook iets dat heel erg gemotiveerd kan worden om maar gezien te worden. Dat je op feestjes probeert met de leukste mensen te praten. Of op je werk met de meest interessante mensen. Of in de kerk met de mensen waarmee je gezien wilt worden. Of dat – als je met iemand in gesprek bent – ondertussen ook nog bezig bent met wie er nog meer zijn, en met wie je ook nog wilt spreken.
    Daar zit het idee achter dat de mensen met wie je spreekt, dat zij je iets kunnen geven wat je wilt: aanzien. Alsof als jij omgaat met in jouw ogen ‘geziene’ mensen, dat het ook afstraalt op jou. Maar als je zo praat met mensen, dan ben je niet zozeer geinteresseerd in de ander, omwille van de ander. Maar dan ben je alleen maar geinteresseerd in je zelf, in wat het jou brengt. Kortom, je bent niet echt, maar een hypocriet.

  3. Een ander gebied. De dingen die bij jou het meeste tijd of geld kosten. Je huis, je reizen, je kleding, je uiterlijk, je sport, je gadgets en devices of misschien nog iets anders. Waarom besteedt je daar nu zoveel tijd of geld aan? Daar kunnen allerlei redenen voor zijn – goede en minder goede. Maar het zou zomaar kunnen – en dat zou je een toneelspeler maken – dat je het doet, dat je er je geld en je tijd aan geeft, omdat je zo graag gezien wilt worden... Omdat je opgemerkt wilt worden, geprezen. En daarom dat elke keer wat nieuws hebt, wat anders hebt, weer op een andere plek bent – omdat je dan wat te vertellen hebt, en mensen naar je op kunt laten kijken. Of misschien doe je het alleen maar voor de foto’s die je kunt posten die uitstralen – kijk mij eens leuk zijn, het leuk hebben, en het leuk doen gaan.
    Mag ik je vragen – kijk eens terug naar je foto-galerij of je laatste posts van jezelf – ben je dat echt? Of staat daar een of andere toneelspeler die vooral bezig is met goed overkomen?

In die voorbeelden die Jezus gebruikt, komt steeds als een refrein terug: ‘maar zij hebben hun loon al’. Hij bedoelt daarmee: God doet daar niets mee. Met dat geven, bidden en vasten van die Farizeeen – het lijkt hun misschien om God te doen, maar dat is het niet en daarom dat God er niets mee doet, die blijft er vandaan. Dat is dus ook zo met die dingen die wij doen vanuit de verkeerde motieven – al dat werk, die inzet, die contacten, die reizen – om maar gezien te worden, om maar geliket te worden, om maar te zorgen dat er goed over ons gedacht wordt – God doet daar niets mee, die blijft daar buiten.

In die voorbeelden raadt Jezus zijn volgelingen steeds aan om die goede dingen – als geven, bidden, vasten – te doen ‘in het verborgene’. Daarmee bedoelt hij niet in het geheim en al helemaal niet ‘stiekem’, maar daar bedoelt hij mee – uit het zicht, niet om zichtbaar te raken. Je doet ze gewoon omdat het goed is – of het nu gezien zou worden of niet, dat zou geen verschil maken. En zulk gedrag ‘in het verborgene’ – daarvan zegt Jezus: dat zal God de Vader belonen. Ik dacht altijd dat Jezus hiermee bedoelde – dan wordt je later in de eeuwigheid nog eens beloont; zo van hier levert goed gedrag misschien niets op, maar in de hemel wordt je alsnog uitbetaald. Nu lijkt het me op basis van andere teksten inderdaad zo dat God verrassend veel gaat geven in zijn toekomst, maar het gaat bij Jezus in Mattheus 6 vooral om het hier en nu. In de voorbeelden van Jezus – als je geeft, bidt, vast vanuit de goede intenties, dan beloont God dat. Oftewel, dan komt God erin mee, dan gaat hij er mee aan de slag, daar kan hij wat mee. Zo werkt het bijvoorbeeld met bidden – als je dat doet omdat het goed is, voor God – dan blijft hij niet op afstand, maar komt juist in beweging. Dan zul je zien dat er veel vaker toevalligheden plaatsvinden, dat je veel vaker gebedsverhoringen meemaakt.

En zo is het ook op die gebieden die we net bespraken. Als je werkt omdat je het goede wilt doen, iets goeds wil bijdragen, dan kan God met je meewerken. Dan beloont hij je – waarschijnlijk niet met extra periodieke salarisverhogingen, maar wel met wat je bereikt ten goede. Als je praat met mensen vanuit oprechte motieven, als je werkelijk geinteresseerd bent in wie ze zijn om wie ze zijn, dan doen zulke gesprekken jezelf en mensen goed. En die keuzes die je maakte omdat je de goede keuzes wilde maken, omdat je recht wilde doen, recht wilde zijn – daar kan God in mee komen, daar kan hij in meewerken, dat beloont hij.

Ik weet niet hoe het met jou is, maar bij mij is dit een punt voor op mijn Not To Do lijst en om daar iedere keer weer aan herinnerd te worden. We hebben vast allemaal wel eens gedacht om ons niet zo veel van anderen aan te trekken. Maar voor we het wisten waren we daar toch weer mee bezig – met wat anderen zouden vinden, denken of waarderen. Voor je het weet laat je je toch weer beheersen door de mening van anderen. Ben je weer bezig om in het gezichtsveld te komen van je baas, je collega’s, je vrienden, je familie. Ben je weer zogenaamd onopvallend bezig jezelf naar voren te duwen. Zit je je weer te bewijzen voor anderen en waarom eigenlijk?

Jezus laat mij zien, laat jou zien welke kant je op kunt bewegen als mens. Aan de ene kant heb je de toneelspelers. Zoals de Farizeeen van die dagen. En als je verder leest in de evangelien, dan zijn de Farizeen jaloerse mensen. Ze kunnen het niet hebben als mensen onder de indruk raken van Jezus – die dat helemaal niet zocht, die daar helemaal niet op uit was, maar bij wie het soms wel gebeurde dat mensen enorm onder de indruk waren. Die Farizeen sloegen dan groen uit van de jaloezie, gefrustreerd, boos, naar. Dat wordt je uiteindelijk als je altijd maar bezig bent met de goedkeuring van anderen, dan wordt je jaloers op anderen bij wie het beter af lijkt te gaan, gefrustreerd als het bij jou niet lukt. En ik denk dat het ook nog eens doodvermoeiend is om altijd maar bezig te zijn met likes en views – of je ze nu op social media zoekt, of in het concrete leven. Jij en ik – we kunnen de rest van ons leven toneelspelen, maskers op, in de hoop zoveel mogelijk likes en views te krijgen – online en offline. En als het lukt – nou, dan heb je veel likes en views. Maar God ben je kwijt. En je geluk en je rust ook. En echt goed leven zul je niet.

Je kunt ook de andere kant op bewegen. De kant op van een goed mens. Het is de mens waarvan Jezus hoopt dat zijn volgelingen zulke mensen zullen worden. Ooit schreef iemand van zulke mensen die opvallend veel goede dingen zeiden en deden. ‘Ze leefden alsof hun publiek maar uit 1 persoon bestond: God’. Dat is ook wat Paulus later zegt: ‘wat u ook doet, doe het van harte, als was het voor de Heer en niet voor de mensen’ Dat geeft zoveel rust. Want je hoeft geen rekening te houden met wat allerlei anderen zien of vinden. En dat geeft zoveel vrijheid. Want je bent niet meer in de greep van ‘de mensen’ of ‘van wat mensen zouden vinden’. En als je zo ‘van harte’, vanuit je hart het goede doet, dan leef je het goede leven. Dan gaat het ook meer en meer vanzelf. Jezus noemt dat ‘dat je rechterhand niet weet wat je linkerhand geeft’. Zoals bij fietsen of autorijden – als je dat goed beheerst, dan gaat dat ook vanzelf, zonder nadenken, en dan kun je meerdere dingen afzonderlijk van elkaar. Zo is het ook met het goede doen – dat gaat op een gegeven moment meer en meer als vanzelf. Je raakt steeds beter afgestemd op wat recht is, goed is. En als je zo leeft – dan is God veel dichterbij, want die beloont je, die werkt met je mee. Dat zei Paulus ook in datzelfde zinnetje nadat hij gezegd dat hij je het van harte moest doen, voor de Heer en niet voor mensen. Dan zegt hij erachteraan: ‘En de Heer zal u belonen’, dan gaat God met je mee.

Ik denk dat jij en ik – als we Jezus’ woorden hoorden, als we stil staan bij wat voor goed leven we leiden – dan weet ik bijna wel zeker dat wij geen toneelspelers willen zijn. Maar echt goed willen leven. En als je gelovig bent – ook graag willen dat God erin mee kan komen. Wat helpt om dat goede leven te leven, is je iedere keer te bedenken dat Jezus jou gezien heeft. Hij heeft je gezien. Ja, ook alles wat niet in de haak was, ook alles waar je faalde. En hij zag ook alles wat wel heel wat leek, maar waarbij de motieven niet juist waren. Of ronduit jaloers was, of naar. En toch wil Jezus jou bij zich hebben. En toch, heeft Jezus alles voor je over gehad. En toch, heeft Jezus je lief, meer dan wie dan ook. Je hoeft je bij hem niet mooier of beter voor te doen dan je bent. Je hoeft niet bang te zijn dat je tegenvalt, dat hij je doorziet. Hij kent je al door en door. En hij zegt: ik vergeef alles en zie het nog steeds in je zitten. Kom maar, dan gaan we samen verder. Samen verder om er wat van te maken in het leven. Om er wat goeds van te maken. En wat hij tegen je zegt, dat helpt om je oren niet te laten hangen naar anderen. En wat hij zegt, daar gaat het volgende lied ook over (‘You Say’).

Amen.