Jezus op de vlucht

Gepubliceerd
zondag 05 januari 2020
Voorganger
Niels de Jong
Bijbeltekst
Matteüs 2:13-23

Gezongen

Dank U voor deze nieuwe morgen
Hij is de Rots - Elly en Rikkert
Uit de diepte roep ik U - Psalmen voor nu 130
Maak ons hart onrustig - Opwekking 805
No longer slaves - Opwekking 794/Bethel Music
Een nieuwe dag - Opwekking 700

Naar de lijst

Preek


Alle evangeliën bij elkaar vertellen ons van alles over de geboorte van Jezus – wat daar aan voorafging en wat daarop volgt. Mattheüs vertelt daarbij andere verhalen dan Lucas. Hij vertelt bv. het verhaal van de wijzen uit het oosten en van de vlucht van Jozef, Maria en Jezus naar Egypte. Twee verhalen die bij Lucas niet voorkomen. Mattheüs kende vast meer verhalen van Jezus dan hij opgeschreven had. Maar hij kiest zijn verhalen uit – omdat die die verhalen bepaalde dingen over Jezus benadrukken. We gaan vandaag dan op zoek naar waarom hij het verhaal van Jezus’ vlucht vertelt. Je zou ook kunnen zeggen: we gaan vandaag op zoek naar waarom – via Mattheüs – dit verhaal in de bijbel wilde hebben.

De aanleiding is dit – een aantal wijzen uit het oosten kwamen in Jeruzalem aan en vertelde dat ze op zoek waren naar de koning van de Joden. Ze meldden zich in Jeruzalem bij het paleis van de toenmalige koning Herodes. Die weet niets van een nieuwgeboren koning en laat Joodse geleerden inroepen. Die verwijzen de wijzen uit het Oosten naar Bethlehem. Daar vinden ze inderdaad het koningskind dat ze zochten.

[Mattheüs 2: 13 - 23]

Soms doet iemand iets bijzonders – iets bijzonder goeds of juist bijzonder slechts – en dan kunnen we daarvan zeggen: ‘dat zegt heel veel over diegene’. Dat kun je ook zeggen van het verschrikkelijke wat hier gebeurt. De kindermoord van Bethlehem, in opdracht van Herodes. Dat zegt alles over Herodes en wat voor man dat was. Een man namelijk die uitzonderlijk wreed was. Voortdurend waren er executies tijdens zijn bewind. Hij liet allerlei mensen ombrengen: bv. twee van zijn zwagers, zijn eigen vrouw en twee van zijn zonen. En hij gaf bijvoorbeeld ook het bevel – toen hij zijn eigen dood zag aankomen vanwege een dodelijke ziekte - om allerlei hooggeplaatsten te laten doden als hij zou sterven, omdat hij er zeker van wilde zijn dat er bij zijn overlijden gepaste rouw zou zijn in het land. Een dictator die terreur tegen de mensen van zijn eigen land niet schuwde. Wat Mattheüs in zijn tweede hoofdstuk schrijft, o.a. die kindermoord te Bethlehem – zegt dus veel over deze Herodes (Herodes de Grote zoals hij later de geschiedenisboeken in is gegaan). Maar Mattheüs zegt nog veel meer over Jezus. En daar kijken we vooral naar (en wat dat dan betekent voor ons).

Mattheüs zegt bijvoorbeeld het een en ander over de omstandigheden, de wereld waarin Jezus geboren werd. Als je het naar het nu en naar ons zou vertalen, zou Jezus dus niet in paleis Noordeinde geboren worden, ook niet in een of ander groot huis in Wassenaar, en ook niet in een vredige straat ergens in de buurt. Hij zou dan helemaal niet in Nederland zijn geboren, maar eerder in het Syrië van vandaag. Daar waar een gewelddadige dictator heerst, die terreur tegen de eigen bevolking niet schuwt. Daar waar er een bezetting is. Altijd dreiging. Daar waar mensen moeten vluchten en voortdurend proberen te vluchten.

En Jezus komt in zo’n wereld. En al snel staat er een prijs op zijn hoofd. Wordt hij gezocht door Herodes, want Herodes ziet deze Jezus als een bedreiging voor zichzelf. Dat ging als volgt. Als de wijzen uit het Oosten komen en in het paleis van Herodes vragen: ‘waar is de koning van de Joden?’. Dan staat Herodes gelijk op scherp. Hij is toch de koning... En hij heeft direct een plan om deze nieuwe koning uit de weg te ruimen. Herodes duldt niemand boven hem of naast hem. En het blijkt dat hij hierin ver wil gaan. Als de leugens richting die wijzen uit het Oosten zijn mislukt, gaat hij over tot nog veel extremere maatregelen. Een kindermoord is het hem waard als hij maar op de troon mag zitten. Voor de zekerheid laat hij niet alleen de baby’s, maar ook de 1-jarigen en 2-jarigen doden. Herodes wil koste wat kost aan de macht blijven, het zelf voor het zeggen hebben.

Het lukt het Herodes dus niet om de koning van de Joden uit de weg te ruimen. Aan het eind van Mattheüs uiteindelijk wel. Dan komt de titel ‘koning van de Joden’ weer ter sprake. Weer doet de zittende macht om Jezus uit de weg te ruimen. Onder andere een nakomeling van de Herodes hier, Herodes Antipas, speelt daarin een rol. Net als de Romein Pilatus. En de Joodse godsdienstige leiders. Gezamenlijk ruimen ze Jezus uit de weg. De koning van de Joden blijkt echter niet uit de weg te ruimen, op de derde dag na zijn dood, staat de koning van de Joden op uit de dood. Hij blijkt de koning van de hele wereld te zijn. En geen kracht of macht, hoe kwaad en slecht ook, zelfs de dood, kan deze koning er niet onder houden.

Maar deze weerstand in Mattheüs 2, dit verzet van Herodes de Grote zegt ons wel iets. Jezus is een bedreiging. Van meet af aan. En niet alleen voor Herodes. Ook voor jou en mij als we het zelf voor het zeggen willen hebben in het leven. Als je het koste wat kost zelf wil alles wil bepalen hoe de dingen gaan, wat je doet, waar je je tijd aan besteedt, dan zou ik zeggen: hou Jezus uit de buurt. Want Jezus is inderdaad gekomen om het in jouw leven voor het zeggen te krijgen. Daar wordt je trouwens in het geheel niet slechter van, want Jezus is enkel goedheid. Maar toch – zelf koning van je leven blijven, dat gaat niet.

En je zou nog een stap verder kunnen gaan en zeggen: wat in Herodes zat, zit ook in ons. Gelukkig komt dat er veel minder gewelddadig uit. Maar ergens zit ook in ons een bepaald deel dat zich verzet tegen Jezus, dat niet wil dat Jezus het voor het zeggen heeft in ons leven, dat niet wil dat Jezus koning is; een bepaald deel in ons dat zegt dat wij zelf op de troon van ons leven moeten zitten, het zelf allemaal moeten uitmaken. En dat deel verzet zich om het stuur van ons leven uit handen te geven.

Maar vandaag krijgen we Herodes en Jezus voorgespiegeld – inderdaad twee concurrende machten. Twee extremen. Maar die extremen maken wel iets duidelijk. Als Jezus je koning is, dan beweeg je in de richting van Jezus. Als je de eigen koning van je leven probeert te zijn, dan beweeg je jezelf in de richting van Herodes. Als je zelf koning wilt zijn dan krijg je ook meer en meer een houding van ‘koste wat het kost, maar ik blijf zitten waar ik zit’. Je gaat leven ten kosten van mensen, zelfs ten koste van de mensen die bijzonder dicht bij je staan (zoals Herodes liever zijn eigen kinderen uit de weg ruimde dan zelf te moeten inleveren). Als je Jezus het laat zeggen in je leven, beweeg je de kant van Jezus op. Jezus, die leefde ten bate van anderen. Die alles er voor over had om anderen te laten leven. Die zich nooit tegen zijn naasten keerde, maar telkens naar hen toe kwam.

Neutraal blijven – dat gaat niet, want er is altijd iemand die het voor het zeggen heeft. En dat kan Jezus zijn, maar het kan ook goed zijn dat je jezelf daar tegen verzet. Dat hoeft niet zo grof als bij Herodes, dat kan ook heel fatsoenlijk, met heel veel religie zelfs – maar het verzet is er dan toch.

Verder door met het verhaal. Dankzij een droom van Jozef, weet dit jonge gezinnetje te ontkomen aan de verschrikkelijke tragedie die in Bethlehem gaat plaatsvinden. De extreem gewelddadige koning Herodes laat alle kleine kinderen in Bethlehem doden, in de verwachting dat het koningskind waar de wijzen uit het Oosten over spraken, daar dan wel bij zal zitten. Als je uitgaat van een gemiddelde dorpsgrootte van die dagen, dan zouden het zo’n 30 kinderen geweest kunnen zijn. 30 gezinnen tegelijkertijd getroffen door een vreselijke tragedie. In de buurt waar ik ben opgegroeid, is in de oorlog, in 1941, ooit een bus vol kinderen uit Ouderkerk a/d IJssel de rivier de IJssel in gereden en daar vonden 15 tieners de dood. Ruim 75 jaar geleden, maar er wordt nu nog over gesproken. Zo’n tragedie blijft tientallen jaren lang hangen. Een ontstellend groot verdriet maakte het los. Die kindermoord in Bethlehem maakt ook een enorm verdriet los. Om dat te beschrijven voegt Mattheüs een tekst uit Jeremia 31 in. Daar wordt gesproken van een luid gehuil, van mensen die niet te troosten waren omdat hun kinderen er niet meer waren.

Vlak voor deze gruwelijke kindermoord wordt Jozef gewaarschuwd en hij vlucht midden in de nacht, met haast naar Egypte. Je kan ze zien gaan. De tiener Maria, de jonge Jozef, het kindje Jezus. Op de vlucht naar Egypte. Daar zat een vrij grote Joodse kolonie. Daar waren ze veilig voor de lange arm van Herodes. Maar ze waren van huis en haard verdreven, nauwelijks bezittingen, weg van familie en bekenden, in een gewelddadige sfeer, met een zeer onzekere toekomst. Daar komt Jezus in terecht. En de status van vluchtelingen houden ze totdat Jozef een droom krijgt dat hij terug kan naar het Israël van die dagen. Maar je voelt de angst van Jozef – tot twee keer toe moet er een droom aan te pas komen om hem terug te krijgen in Israël. Blijkbaar is Jozef zijn vertrouwen kwijt, is hij zeer op zijn hoede. Dat doet het met je als de dreiging zo groot was geworden dat je moest vluchten om je leven te redden.

Dat Jezus in die omstandigheden terecht kwam zegt misschien niet alles over hem, maar wel veel. Iets daarvoor was van deze Jezus gezegd dat hij ‘God met ons’ was. En God is niet zozeer allereerst of allermeest met de met de mensen die het goed getroffen hebben, die het goed voor elkaar hebben, die hun leven keurig op orde hebben en niets tekort komen. Nee, Mattheus 2 laat zien dat God zijn entree niet maakt bij de geslaagde mensen, die het gemaakt hebben. Mattheüs 2 laat zien dat God er allereerst en allermeest is voor hen die moeten vrezen voor hun leven, die bedreigd worden, die moeten vluchten omdat hun oude bestaan er niet meer is, voor tieners die geen thuis hebben, voor mensen die in een onzekere toekomst voor zich hebben. Jezus vereenzelvigt zich van meet af aan met de mensen die het slechtst aan toe zijn op deze wereld. Jezus kwam immers niet om de gelukkigen nog wat gelukkiger te maken. Hij kwam om te redden, te verlossen – van de echte problemen van het leven. Zonde, dood, kwaad, onrecht, brute machthebbers – dat soort problemen. En Jezus’ komst op aarde laat gelijk zien dat hij midden in die ellende kwam, om deze wereld van alle ellende te verlossen.

Nog even een zijspoor. Jezus vereenzelvigt zich hier van meet af aan met een van de meest kwetsbare groep op aarde - vluchtelingen. Ik kan het mis hebben, maar door het publieke debat in Nederland hierover de afgelopen jaren, denken we bij vluchtelingen vooral aan een politieke kwestie. Maar voor Jezus is het geen politieke kwestie, hij wordt er onderdeel van, hij komt middenin een vluchtelinggezin dat ergens asiel vraagt. Hij komt zo dichtbij, hij deelt zijn leven ermee. En het lijkt me dat als je deze Jezus wilt volgen, je ook vluchtelingen ziet als concrete mensen, waar je naast gaat staan, je tijd geeft, je ze dichtbij laat komen. Ik weet niet wat de juiste politieke oplossing is voor een complex probleem, maar ik weet wel dat de meesten van ons geen politici zijn. De meesten van ons zijn wel mensen die de bijbel willen volgen. En in de bijbel staat heel vaak dat je de concrete vreemdeling moet liefhebben, ondersteunen, helpen. En in die bijbel staat Jezus, de God-met-ons die onderdeel werd van een vluchtelinggezin, die er middenin kwam. Die niet op afstand bleef, maar zich erin mengde.

Weer terug naar het verhaal. Jezus komt ook weer uit Egypte. Letterlijk betekent Egypte in het Oude Testament ‘benauwdheid’. Egypte staat voor slavernij. Egypte staat voor ‘klemzitten’. Maar Jezus blijft niet in Egypte. Jozef wordt van Hogerhand vertelt dat hij terug kan en moet naar Israël. Hij komt dan in Nazareth terecht, ver weg van Jeruzalem, ver weg van het centrale gezag. Herodes is overleden en zijn rijk is in vieren verdeeld. In het gedeelte van Jeruzalem is zijn zoon Archelaus aan de macht. Gelijk bij zijn machtsovername grijpt hij bijzonder wreed in bij een opstand tegen zijn gezag in Judea. Jozef ziet het dus niet zitten om terug naar Judea te gaan. Hij durft überhaupt niet verder te reizen. Na weer een droom kiest hij voor Nazareth.

Mattheüs ziet een andere tekst uit het Oude Testament, uit Hosea 11, in vervulling gaan. ‘Uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen’. Dat is een tekst die sloeg op het volk Israël. God zag Israël als zijn kind, en bevrijdde het uit Egypte, uit de slavernij. Maar Hosea vertelt ook hoe dat bevrijdde volk faalde, God in de steek liet, hun eigen weg ging, en andere goden diende. De bedoelingen die God had met Israël, die kwamen niet uit. God die via Israël de hele wereld had willen zegenen – het kwam er niet uit. En nu wordt Jezus uit Egypte geroepen, in de plaats van Israël, en hij zal niet gaan falen. In Mattheus 4 komt Jezus 40 dagen in de woestijn terecht – een hint naar de 40 jaar van het volk Israël in de woestijn. En waar dat volk Israël viel voor verleidingen, zakte in tijden van beproeving – daar faalde Jezus niet. En hij zou zijn leven lang niet falen. Hij leefde de bedoelingen van God ten volle uit.

Wat zegt ons dit?

Jezus is weggeroepen uit Egypte. Jezus komt uit een vluchtelingensituatie, uit de benauwdheid, uit gevangenschap. Jezus is hier de nieuwe Mozes. Die het volk moest leiden naar het beloofde land. Mozes faalde, Jezus niet. Jezus leidt zijn volgelingen ook naar het beloofde land, wat hij noemt: het Koninkrijk van God. Dat was de missie van Jezus – om mensen naar de vrijheid te leiden, het rijk van God, daar waar het goed is, waar er vrede is, waar het klopt. Jezus wil jou en mij daarin leiden – dat wil Mattheüs al gelijk in het begin van zijn verhaal over Jezus duidelijk maken. Ik weet niet waar jouw slavernij zit – wat jou bindt, welke angsten, verdriet, zonden of schuld jouw klem hebben gezet. Of welke patronen, welk egoïsme, welke gedachten – waar je in vast zit, en waar je maar niet uitkomt en elke keer weer in dezelfde fouten stapt. Wat je nu al jaren doet misschien, maar het klopt niet en je weet het, maar je komt er maar niet los van. Dan wil ik je dit zeggen. Jezus is gekomen. Goddank! Hij is gekomen om jou weg te leiden van alles wat je bindt, klein maakt, minder mens maakt, waar je onder gebukt gaat. Ik weet niet hoe lang het je al in zijn greep heeft. Maar Jezus is gekomen – om jou weg te leiden daarvan. Naar de vrijheid. Naar waar het goed is. Geloof hem, volg hem, vraag hem om vrijheid.

Ik sluit af. Het was geen gezellig verhaal vandaag, geen verhaal dat je een fijn gevoel geeft. Nee – Jezus entree blijkt gelijk een zaak van leven of dood te zijn, er is gelijk verzet, strijd, geweld, terreur, dreiging. Dingen die wij misschien niet zo goed kennen, maar die in vele delen van de wereld aan de orde van de dag zijn. Het laat zien dat met Jezus’ komst het echt ergens over gaat. Het gaat in ieder geval over deze drie dingen – daarmee vat ik het voorgaande samen en maak ik het nog wat concreter. De drie ‘take-aways’ van deze dienst zijn deze.

Allereerst gaat het over de vraag wie het voor het zeggen heeft in jouw leven. Jezus is gekomen om het voor het zeggen te hebben. En een deel in je gaat zich daar tegen verzetten – die wil het zelf voor het zeggen houden, zelf de touwtjes in handen houden. Luister je naar dat deel of laat je Jezus het bepalen? Natuurlijk is dit verhaal een oproep om in een gebed tegen Jezus: ‘u bent de ware koning, de koning van deze wereld, en ik wil u op de troon van mijn leven, ik luister naar u’. En zeg dat elke keer weer, zo breek je het verzet. Want anders komt het weer op.

In de tweede plaats stelt dit verhaal dit aan de orde. Als Jezus van meet af aan bij mensen was die van huis en haard verdreven waren, die van alles hadden verloren, die onzeker waren over hun toekomst. Als Jezus van meet af aan was in een situatie van dreiging, strijd, geweld. Als dit de Jezus is in wie we geloven, als dit de Jezus is die we volgen – dan kan het toch niet anders dat ons leven zich vermengt met de kwetsbaren in deze wereld. Als je in je leven alleen maar hebt omringd met mensen die zich zelf redden, dan ben je dus niet in het spoor van Jezus gegaan. Als er niemand is die behoort tot de kwetsbaren, die behoort tot vluchtelingen, of oudere hulpbehoevenden, of iemand die ingestort is. Als niemand die in een kwetsbare situatie zit weet dat hij/zij op jou kan rekenen. Dan is dat een teken dat je niet of nauwelijks op het pad van Jezus bent gekomen...

In de derde plaats stelt dit verhaal een thema aan de orde wat je voortdurend in de bijbel tegenkomt. Het wordt hier Egypte genoemd. Op andere plekken Babylon. Of ballingschap. Of het rijk van de duisternis. En steeds weer vertelt de bijbel ons dat God ons daaruit wil redden. Daarvoor stuurde hij Mozes, daarvoor stuurde hij de profeten. Daarvoor is ten slotte Jezus gekomen. Hij is tot in Egypte afgedaald, om jou en mij eruit te redden. Als je Jezus volgt, als je naar hem kijkt, naar hem luistert – dan komt Egypte steeds verder weg te liggen. Steeds minder slavernij. Steeds minder vastzitten aan de dingen van het leven hier. Dan komt er steeds meer vrijheid. Rust. Genade.

Goddank is Jezus gekomen! En wat dat betreft is het het beste om hem met open armen te ontvangen. Hem te geloven en hem meer en meer in je hart te sluiten. Het wordt er misschien niet makkelijker op, maar wel zoveel beter in je leven.

Amen.