Jezus in 1x

Gepubliceerd
zondag 12 januari 2020
Voorganger
Niels de Jong
Bijbeltekst
Verschillende

Gezongen

Prijs Adonai - Opwekking 638
Mijn Jezus, Mijn Redder - Opwekking 461
Shepherd - Bethel Music
What a beautiful name - Hillsong
In de hemel is de Heer
U bent Heilig - Opwekking 609

Naar de lijst

Jezus in 1x


Jezus – de meest besproken persoon ooit. Jezus, Jezus Christus, of Jezus van Nazareth. Immanuel. Zoon van God. De messias. De koning der Joden. De Goede Herder. Vredevorst. Zoon van David. De Mensenzoon. Rabbi. Wonderbare Raadsman. Oudste Broer. Vriend van zondaars. Of de Tweede Adam. De hogepriester. De Verlosser. De leeuw van Juda. Het lam van God. Allemaal namen of titels voor Jezus die zijn veelzijdigheid aangeven.

Jezus – nog altijd goed voor miljoenen hits per dag. Terwijl hij geen enkele politieke macht heeft gehad, geen veldslag op zijn naam heeft gezet en niets heeft achtergelaten – geen gebouw, kunstwerk of boek. Hij heeft 30 jaar lang in de anonimiteit geleefd, in een wat achtergebleven gebied in het Romeinse Rijk. En daarna ongeveer drie jaar opgetreden in Jeruzalem en twee provincies daar omheen. Hij is waarschijnlijk nooit verder dan 250 kilometer van zijn geboorteplaats Bethlehem gereisd. Stierf een voortijdig einde aan een kruis. En toch is zijn invloed ongekend. We hebben de wereldgeschiedenis ingedeeld in twee tijdvakken – voor Christus en na Christus. Talloze kunstenaars heeft hij geïnspireerd, waaronder de meest beroemden aller tijden, zoals Da Vinci, Rembrandt en Bach. De mensenrechten waren ondenkbaar zonder zijn onderwijs. In talloze universiteiten wordt zijn betekenis bediscussieerd. Allerlei grote denkers roemen zijn richtlijnen, zijn uitzonderlijk hoge morele maatstaven, de genialiteit van zijn verhalen. Zijn daden hebben de grootste vredestichters van deze wereld – Gandhi, Martin Luther King – geïnspireerd. Zijn executiemiddel, het kruis, kun je in elk continent voortdurend tegenkomen. In allerlei culturen heeft Jezus ingang gevonden, heeft hij mensen geraakt en dingen veranderd. Miljarden mensen noemen zich naar hem – christenen. Zij spellen zijn woorden. Mensen wagen nog steeds hun leven om maar meer over hem te weten te komen of dingen over hem te delen met anderen. En na zoveel eeuwen is men nog steeds niet uitgepraat en uitgedacht over Jezus. Hij is zo extreem veelzijdig, altijd weer verrassend, niet op één noemer te brengen, uitdagend en prikkelend. Jezus was de meest besproken persoon ooit.

Maar er is één probleem met Jezus in de loop der tijden. Iedere tijd en cultuur heeft de neiging om van Jezus iemand te maken die bij de eigen tijd en cultuur past.

Enkele voorbeelden – kris-kras door elkaar heen:

  • Jezus in de middeleeuwen werd vaak als lijdend voorgesteld.
  • Dat is weer heel anders dan het bekende standbeeld van Jezus in Brazilie.
  • Maar in India kun je deze Jezus tegenkomen.
  • In China ziet hij er nog weer anders uit.
  • In Afrika deze
  • In Cuba kwam men met een meer revolutionair type.
  • Volgens wetenschappers is dit echter nog het meest waarschijnlijke – een gemiddelde man uit die tijd. Maar ja, Jezus was allesbehalve gemiddeld, dus het is de vraag of zijn uiterlijk dat wel geweest is.

Dit zijn niet alleen maar plaatjes, dit laat ook zien hoe iedere tijd en cultuur de neiging heeft om Jezus in te kaderen, aan te passen, aan te laten sluiten bij wat men kende. En dat geldt niet alleen voor vroegere tijden of andere culturen, maar ook voor de onze. De meest gangbare afbeelding van Jezus in onze tijd is iets als deze. Blijkbaar zien we in onze tijd Jezus graag als een vriendelijke knappe man die ons bemoedigend aankijkt. Maar je vraagt je af of dit nu zo’n treffend beeld van Jezus is. Als je bijvoorbeeld deze teksten leest:

  • ‘Hij maakte een zweep van touw en joeg ze allemaal de tempel uit, met hun schapen en runderen. Hij smeet het geld van de wisselaar op de grond, gooide hun tafels omver’ (Joh. 2: 15)
  • ‘wee jullie, schriftgeleerden en farizeeën, jullie lijken op witgepleisterde graven, die er vanbuiten wel fraai uitzien, maar vol liggen met doodsbeenderen’ (Mt. 23: 27)
  • ‘Want ik kom een wig drijven tussen een man en zijn vader, tussen dochter en haar moeder en tussen schoondochter en haar schoonmoeder’ (Mt 10: 35)
  • ‘Wie niet zijn kruis op zich neemt en mij volgt, is mij niet waard’ (Mt. 10: 38)

Jezus is niet altijd die vriendelijke kerel die wij er in onze tijd zo vaak van gemaakt hebben. En dan komen we bij onszelf. Naar het beeld dat jij en ik van Jezus hebben. Een beeld dat misschien wel overeenkomt met het gangbare beeld in onze cultuur van een aardige, knappe man met lang haar. Dat is het gangbare beeld, maar het kan ook weer heel anders. Ik ken ook mensen voor wie Jezus vooral boos, onaardig en kritisch was. Maar zo’n strenge Jezus kun je weer niet rijmen met deze teksten:

  • ‘Jezus kreeg medelijden en raakte hun ogen aan. Meteen konden ze weer zien’ (Mt. 20:32)
  • ‘Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op mij’ (Joh. 14:1)
  • ‘Zijn liefde voor hen zou tot het uiterste gaan’ (Joh. 13: 1)

Maar goed - hoe ons beeld van Jezus ook is, hoe het ook gevormd is, waar het ook vandaan komt - waarschijnlijk hebben wij allemaal de neiging om van Jezus iemand te maken die ofwel bij je past, ofwel die te hanteren is, ofwel waarmee je hem makkelijk kunt wegzetten. En ergens kan dit ook niet anders – wij denken nu eenmaal vanuit ons eigen kader, vanuit waar we behoefte aan hebben, wat we hebben meegekregen. Dat is lastig om daar los van te komen. Lastig, maar wel echt nodig. Anders denk je dat je Jezus kent, terwijl je hem maar zeer ten dele blijkt te kennen.

Daarom wil ik je vragen om als het ware een paar stappen terug te doen en Jezus wat van een afstand te bekijken. En daarbij enig gezond wantrouwen richting jezelf en je eigen beeld van Jezus te hebben, dat kan geen kwaad. En enig wantrouwen richting mij, lijkt me ook goed – want ook ik heb mijn bril op, een culturele bril, de bril van mijn opvoeding, de bril van wat ik gelezen en gezien heb. Onvermijdelijk. Maar misschien kan ik je helpen om dingen van Jezus te zien die je niet gezien had. Al heb je meerdere mensen nodig om meerdere kanten van Jezus te zien (ook uit meerdere culturen en tijden).

Vandaag gaan we even in de rol zitten van een journalist die een uitgebreid profiel moet opstellen van bv. een opkomende politicus of een bepaalde leider of kunstenaar. Om zo’n profiel te maken en die persoon recht te doen, kijk je naar iemands afkomst, naar de meest opvallende dingen uit iemands leven, naar wat iemand gezegd en gedaan heeft, wat vriend en vijand van zo iemand zei. En dat zullen wij ook doen. We hebben daarbij het geluk dat er – zeker voor iemand die ca. 2000 jaar geleden geleefd heeft – al volop documentatie beschikbaar is. En dan ook nog uit verschillende bronnen van verschillende schrijvers – die de toets van historische betrouwbaarheid zeer wel kunnen doorstaan. Want deze documenten zijn bijzonder vroeg ontstaan, relatief heel kort na Jezus’ leven, toen er nog allerlei ooggetuigen waren. Ze komen niet uit één hoek, maar uit meerdere hoeken, zelfs van iemand die eerst een fel tegenstander van Jezus was. Mocht je de bronnen niet kennen – ik zou zeggen: laat je verrassen. Mocht je deze bronnen al goed kennen, probeer weer als nieuw, fris naar deze Jezus te kijken. Misschien zie je dan wel nieuwe dingen of dingen die je wat vergeten was.

Laten we bij het opstellen van een profiel beginnen bij het begin.

1. Wat zegt zijn afkomst?

Zijn afkomst was ronduit eenvoudig. Jezus werd geboren in Bethlehem, bij Jozef en Maria, een jong stel, die het niet al te breed hadden. Bovendien zijn ze al jong van huis en haard verdreven en moet ze zelfs als vluchtelinggezin onderdak zien te vinden in Egypte. Daarna komen ze terecht in Nazareth, waar Jozef en Maria ook vandaan kwamen. Het verhaal gaat dat Maria zwanger was geworden zonder tussenkomst van Jozelf of welke man ook. Dat vonden ze toen al moeilijk te geloven en daarom zijn er levenslang de roddel en de geruchten gebleven dat er iets niet in de haak was rondom het zwanger worden van Maria. Jezus zou een bastaard zijn – 30 jaar later gaan daar nog steeds geruchten van rond. Later kreeg Jezus nog een aantal jongere broers en zussen. Tot zijn 30e is hij hoogstwaarschijnlijk in het timmermansbedrijf van zijn vader werkzaam geweest. We hebben maar één betrouwbaar verhaal uit zijn jeugd – hij bleek als 12-jarige al bijzonder thuis in de oude boeken, dat wat wij het Oude Testament noemen.

2. Wat is er te zeggen van Jezus’ context, dingen van zijn tijd en cultuur?

Jezus groeide op in een tijd van bezetting door de Romeinen. Zijn volk de Joden hadden zich wel een bepaalde uitzonderingspositie weten te verschaffen, maar leden wel onder deze overheersers. Er leefden bij de Joden echter veel verwachting dat God binnenkort zou ingrijpen via een messias, een redder. Iemand die in lijn van koning David weer een glorietijd voor het volk Israël zou doen aanbreken. Allerlei oude teksten spraken hierover. Geregeld riep iemand uit dat hij die aangekondigde messias was die kwam dan in opstand tegen de Romeinen en bijna altijd eindigde dat weer snel en bloedig. Er waren in die tijd allerlei politieke en religieuze partijen en bewegingen. Sommigen daarvan gooiden het op een akkoordje met de Romeinen, anderen gingen juist voor revolutie, weer anderen lieten politiek voor wat het was en zochten het in religieuze puurheid. Maar veel veranderen deed er niet.

In ieder geval was religie enorm belangrijk in de tijd van Jezus. Als er een ‘Algemeen Dagblad Rotterdamse Editie’ zou bestaan, zou er geen sportkatern zijn, maar zou er elke dag een katern ‘godsdienstige zaken’ verschijnen. Iedereen was religieus in die dagen – al was er nogal veel verschil hoe men dat invulde. En er waren nogal wat rabbi’s die rondtrokken om mensen te beïnvloeden met hun boodschap. Jezus was ook zo’n rabbi zou je kunnen zeggen. Vanaf zijn 30e – de leeftijd waarop een volwassen man als leraar serieus werd genomen - verliet Jezus Nazareth en ging hij rondtrekken. Hij verzamelt ook leerlingen, discipelen om zich heen. Op één na allemaal mensen uit Galilea, de wat achtergebleven provincie van het Israël van die dagen. Later kwam Jezus meer in de randstad terecht – Jeruzalem en omstreken. Maar hij bleef iemand uit de provincie. Zo kon men zeggen: ‘Kan er uit Nazareth iets goeds komen?’

3. Wat was zijn boodschap?

Als Jezus rond gaat trekken, verkonidigt hij overal dit: ‘kom tot inkeer, Gods nieuwe wereld is binnen bereik’. Hij roept mensen op anders te denken. Ze stonden als het ware de verkeerde kant op te kijken door te hopen op iemand die hen zou verlossen van die nare Romeinen en hun aardse politieke situatie snel zou verbeteren. Maar daardoor zagen ze niet wat God aan het doen was, waar God mee bezig was, wat werkelijk goed was. Terwijl als ze anders zouden kijken/denken, dan zouden ze zien dat het zo dichtbij was, die nieuwe wereld van God. Die nieuwe wereld van God was een soort van de wereld die ze al kenden maar dan op z’n kop. En Jezus nodigde mensen uit om onderdeel te worden van die nieuwe wereld van God – en die uitnodiging liet hij bijzonder breed uitgaan. Riep Jezus een revolutie uit? – zeker, maar wel een andere dan gedacht.

Hoe konden mensen in die nieuwe wereld stappen? Via geloof in Jezus, door op Jezus je vertrouwen te stellen. Maar Jezus waarschuwde mensen wel – die wereld van God is voor mensen wel een vreemde wereld, waarin alles er zo anders aan toe gaat dan gewend was. Het onderwijs van Jezus maakt dat voortdurend duidelijk. Het is niet langer status vergaren, je bezit doen toenemen. Het is niet je zorgen maken over wat je hebt, wie je bent of wat anderen van je denken. Het is niet jezelf redden, jezelf op de kaart zetten, jezelf naar voren duwen. Het is niet je macht gebruiken om over anderen te heersen, anderen te veroordelen, anderen te minachten of te veroordelen. Het is niet vergelden als iemand je iets aan doet. Al dit soort ‘normale’ dingen – daarvan zegt Jezus – niet doen. En hij geeft met allerlei voorbeelden en verhalen aan wat er wel past bij Gods nieuwe wereld. Niet zozeer een verandering van de buitenkant, maar van de binnenkant van mensen. Het komt vooral op liefde aan – voor God en de ander, tot vijanden toe. Het is een leven van geven – zoveel als je kunt, tot het pijn doet. Dat is een leven van waarheid – ook als die ongemakkelijk is. Dat is een leven van een streep door je eigen ego. Een leven waarin je als mens meer gaat lijken op God.

Met name uit Jezus’ verhalen blijkt wie God is, hoe extreem zijn goedheid is. Bijvoorbeeld het beroemde verhaal van de verloren zoon die God als vader omschrijft, een vader die wacht op zijn kind, die het omhelst en vergeeft en thuishaalt. Verhalen waar verrassend veel plek is – ook voor mensen die je niet zou verwachten. Mensen die op de laatste plek in de maatschappij stonden bijvoorbeeld, die blijken bij God vooraan te staan. Allemaal verhalen over hoe verrassend goed God is, hoe ongelooflijk genadig. En de oproep om op God te lijken in deze.

4. Wat deed hij (zijn daden)?

Jezus hield het niet bij woorden, maar ondersteunde zijn boodschap met bijpassende daden. Die daden zou je kunnen samenvatten met ‘over grenzen heen stappen’. Hij stapte bijvoorbeeld culturele grenzen over – door bv. met Samaritanen, in die tijd een gehaat volk door de Joden, om te gaan. Politieke grenzen respecteerde hij niet – want in zijn gevolg zat links zowél rechts zouden wij zeggen, er zat namelijk zowel iemand die het op een akkoordje had gegooid met de Romeinen als een zeloot die ervoor klaar was om geweld te gebruiken tegen de Romeinen en de andere volgelingen zaten daar ergens tussenin. Grenzen tussen de seksen – daar ging hij heel anders mee om. Veel rabbi’s spraken niet eens met vrouwen, Jezus wel, ging er mee om, hielp hen, begon ook zelf het gesprek ermee. Maatschappelijke grenzen ging hij ook over – hij lag aan de maaltijd bij rijke Joodse leiders, maar net zo goed riep hij arme, melaatse mensen bij zich of bekommerde Hij zich om mensen in de goot. Ook bv. op de sabbath, wat hem op veel kritiek kwam te staan. Maar ook de grenzen van de natuur, ook die kon hij overgaan – hij stilde stormen, gaf blinden het zicht weer terug, openden doven de oren, deed verlamden mensen weer opstaan. Deze laatste daden, deze wonderen, trokken veel aandacht. We lezen voortdurend dat mensen daarom naar Jezus toe gingen – met hun zieken. Jezus lijkt daar gemengde gevoelens over te hebben – mensen helpen, genezen – iedere keer doet Hij het wel weer. Aan de andere kant wil Hij dat mensen het niet alleen maar om de wonderen te doen is. Die wonderen zijn voor hem namelijk tekenen – tekenen van die nieuwe wereld van God – waar zicht is, waar alles heel is, waar er gezondheid is, waar vrede is. Waar het kwaad niet meer is en gebrokenheid ook niet. Waar het gaat volgens Gods bedoelingen.

5. Wat zei hij over zichzelf?

Die woorden van Jezus – die gingen niet alleen over God, die gingen ook niet alleen over mensen, niet alleen over het leven. Die gingen ook voor een groot deel over Jezus zelf. En Hij zegt tamelijk extreme dingen over zichzelf – Hij blijkt zichzelf niet zozeer te zien als een inspirator, influencer of coach. Moet je je maar indenken – een op het gezicht normale man van begin 30 zegt dingen als: ‘Ik ben de waarheid’. ‘Ik ben het leven’. ‘Ik ben degene die er al eerder was dan Abraham’. ‘Ik ben het eeuwige leven’. ‘Een ieder die in mij gelooft, ontvangt eeuwig leven’. Hij sprak erover dat het oordeel over de hele wereld aan hem toevertrouwd zou worden. Hij sprak over God als Vader en zei: ‘Niemand komt tot de Vader dan door mij’. Hij vraagt mensen voortdurend naar Hem toe te komen. ‘Komt allen naar mij die vermoeid en belast zijn, want ik zal je rust geven’. Maar niet alleen rust, Hij belooft ook vreugde te geven, vergeving, vervulling van de leegte in mensen. Allemaal dingen waarvan in het Oude Testament werd gesteld dat dit dingen waren die God was en die God gaf.

6. Hoe reageerden de omstanders?

Wat Jezus zei - dat viel lang niet altijd goed. Zeker niet die uitspraken over zichzelf, waar Jezus zichzelf op één lijn met God zette. Nogmaals – dat zei een op het oog gewone man van vlees en bloed. En het was niet zo dat men toentertijd allemaal goedgelovige mensen waren bij wie dit er gemakkelijk in ging. Integendeel, als er een volk was dat uitging van één God, dan waren het wel de Joden.

Men reageerde daarom ook heftig op deze uitspraken. Want voor Joden was dit onmogelijk, ongekend, ongelooflijk. Dat een mens verkondigde dat hij als God was, dat God in hem zich presenteerde. Men vond dat Godslasterlijk. Met name de Joodse geleerden laten dit iedere keer weer blijken. Men concludeerde dat hij bezeten was van een of andere duistere macht. Zijn familie concludeerde: hij is gek geworden.

Aan de andere kant - zeiden mensen ook steeds - wat hij doet is niet iets wat een gek doet of iemand die bezeten is. Hij geneest mensen. Hij geeft mensen voedsel. Zijn onderwijs is als iemand met een gezag waarvan we nog nooit gehoord hebben.

Jezus riep dus verdeeldheid op. Hij kreeg applaus én kritiek. Sommigen mensen renden op Hem af; anderen konden Hem wel schieten. In de regel – zij die aan de kant stonden van de macht, zij die het goed met zichzelf hadden getroffen, die overtuigd waren van eigen gelijk – zij konden niet veel met Jezus. En zij die aan de kant stonden van de samenleving, degene die het overduidelijk hadden verknald, die in de goot lagen – zij renden het hardst naar Jezus in de regel. En daar tussen stond vaak de gewone man en vrouw, de menigte – zij aarzelden. Soms zijn ze belangstellend, soms weer afwijzend. Sommigen keerden zich naar Hem toe, anderen keerden zich uiteindelijk van hem af.

Wat mensen ook van hem vonden - Jezus liet zich nooit leiden door de publieke opinie. En Hij richtte zich na verloop van tijd vooral op de kleine groep kern-leerlingen die Hij had. Hij die zichzelf zag als gekomen om de wereld te redden, legde zijn nalatenschap in handen van 12 vrij eenvoudige kerels. Die leerlingen geeft Jezus extra uitleg, extra verdieping ten aanzien van zijn verhalen en daden. Maar ze lijken het niet zo goed te begrijpen allemaal. Het blijkt niet mee te vallen om hun verwachtingen om te buigen, om hun manier van denken te veranderen. Maar af en toe gaat het bij hen wel open. Bijvoorbeeld als Jezus op een keer aan zijn leerlingen vraagt: ‘Wie denken jullie dat ik ben?’. Dan zegt Petrus, nogal eens de spreekbuis van de hele groep: ‘U bent de Christus, de gezalfde van God’. Oftewel, U bent de messias, de lang beloofde koning, van God gestuurd. Jezus bevestigt Petrus, maar begint wel gelijk uit te leggen dat de weg naar het koningschap anders zal gaan dan Petrus en zijn vrienden denken. Hij vertelt dat Hij zal moeten lijden en sterven en opstaan uit de dood. Dat zou de weg zijn waarop God zou afrekenen met de echte problemen van deze wereld. De Romeinen die waren slechts een symptoom – Jezus had het er ook bijna nooit over. De echte problemen waar hij zich mee bezig hield was wat er in een mens mis zat: hebzucht, minachting, hoogmoed, geldzucht, en dat soort dingen. Een ander reëel probleem was Gods tegenstander, de duivel. En bovendien was er het probleem van wereldse verleidingen die je als een draaikolk naar beneden trekken. En dan nog het probleem van de dood. Met die problemen hield Jezus zich bezig.

7. Hoe het afliep...

Hoe opmerkelijk zijn leven ook was. Achteraf maakte de laatste dagen de meeste indruk. Die laatste dagen zijn overigens bijzonder goed gedocumenteerd. De ontwikkelingen gaan opeens snel. Jezus viert het laatste avondmaal met zijn leerlingen, maar daarna wordt Jezus verraden door Judas, in de steek gelaten door zijn vrienden, gevangen genomen door de Joodse godsdienstige leiders. Er worden zieke bondjes gesloten om Jezus uiteindelijk door het Romeinse gezag, in de persoon van Pilatus, veroordeeld te krijgen. Daar, voor Pilatus – terwijl Hij er beklagenswaardig bij stond, een hoopje mens, toen sprak Jezus misschien wel vrijer dan ooit over zijn koninkrijk, dat niet van deze wereld was. Denk je in hoe dat voor Pilatus geweest moet zijn. Wij horen wel eens van mensen die afstand doen van de voorrechten en de plichten van een koningshuis, bv. in het geval van Harry en Meghan. Maar hier staat een gevangene, in zijn eentje, die nergens afstand van doet, maar juist aanspraak maakt op de troon; Hij beweert dat Hij van God komt en de rechtmatige koning van de hele wereld is.

Pilatus acht hem onschuldig, wast zijn handen in onschuld, maar om zijn eigen positie veilig te stellen, veroordeelt hij Hem ter dood. De wreedste dood toen beschikbaar – de kruisdood. Alsof dat nog niet erg genoeg was, werd Jezus daar voorafgaand ook nog gegeseld, bespot, bespuugd, geslagen. Uiteindelijk te midden van twee andere misdadigers gekruisigd op de heuvel Golgotha. Jezus onderging dit niet allemaal als één of andere superman. Er staat dat Jezus bloed zweette – een teken van extreme angst. Er staat dat Jezus het uitschreeuwt naar God – ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’ Maar Jezus blijft Gods weg gaan, hij houdt vol en sterft uiteindelijk na een aantal laatste woorden, die bekend zijn geworden als de kruiswoorden. De bekendste daarvan is: ‘Het is volbracht’. En hij stierf.

Het opmerkelijke is echter dat het verhaal daar niet stopt. Zijn volgelingen dachten van wel en zij waren verslagen. Maar op de derde dag blijkt het graf leeg te zijn en volgen er ontmoetingen van Jezus met diverse volgelingen op diverse tijdstippen. Geen van zijn volgelingen had er rekening mee gehouden, maar Hij blijkt de levende te zijn, opgestaan uit de dood. Daarmee bewijst Hij dat zijn claim dat Hij de rechtmatige koning van deze wereld was, dat Hij degene was die alle kwade krachten en machten aan kon, zelfs de dood. En na 40 dagen verdwijnt Hij dan definitief in de dimensie van God, de hemel genoemd, wat tot op de dag van vanaag herdacht wordt op hemelvaartsdag.

Die opstanding uit de dood, maakte alles anders – voor iedereen die sindsdien geleefd heeft. Jezus was dus niet een inspirerend iemand uit het verleden; de claim is sindsdien: Deze Jezus is er nog steeds. De eerste volgelingen die zich dat realiseerden, ontdekten dat alles wat er met Jezus was gebeurd verrassend genoeg in lijn was met de oude boeken van de Joden. Ruim 300 voorspellingen uit die boeken bleken in het leven van Jezus uit te komen – o.a. ook over zijn geboorteplaats, over zijn dood en graflegging. En ze kregen geleidelijk door dat die dood en opstanding van Jezus de overwinning over het kwaad bedoelde, de nekslag voor duivel en demonen, verzoening tussen God en mensen betekende, vergeving van zonden, afbetaling van schuld; het betekende dat God meelijdde met mensen, zich het lijden eigen had gemaakt; het betekende het blijvende voorbeeld van opofferende liefde voor iedere latere volgeling. En die volgelingen zagen opeens dat God zelf zich in Jezus had laten zien. Had ingegrepen om te redden om zo een nieuwe toekomst mogelijk te maken. Dit moest iedereen weten. Dit veranderde alles! Dit betekende namelijk vergeving, vreugde, vrijheid – voor wie ook maar wilde. Het betekende leven, hoop, een nieuw begin. En de volgelingen van Jezus verkondigden deze levende Jezus, het goede nieuws van Jezus. De eeuwen door is dat gedaan. En tot op de dag van vandaag wordt het doorverteld en geven mensen zich gewonnen aan Jezus, vertrouwen zich aan Hem toe, geloven in Hem. Niet dat het het leven van mensen altijd makkelijker maakt: Er volgt vaak ook weerstand. En de tegenkrachten in deze wereld blijven zich ook roeren. Jezus had daar meermalen over gesproken. Maar Jezus had ook beloofd: Dat zal niet altijd zo blijven – eens zal Hij nog eens komen om dan alles recht te zetten op deze aarde. Dan is het de hemel op aarde.

8. Profiel – een samenvatting

We deden een paar stappen terug en als ware we journalisten – gingen we op zoek naar een profiel van de hele Jezus. We zagen iemand die je zou kunnen samenvatten met zinnetjes waarin twee dingen worden gezegd die wij zelden samen zien gaan bij mensen, maar die bij Hem wel samengaan:

  • Hij is zo groot, maar zo nederig.
  • Hij is voor de duvel niet bang, maar overschreeuwt zich nooit.
  • Hij is eerlijk en genadig.
  • Hij laat zich niet manipuleren, maar wel verraden.
  • Hij is geniaal en de vriend van eenvoudigen.
  • Hij is goed, maar niet gek.
  • Hij biedt mensen veiligheid, maar eveneens zet Hij verhoudingen met andere mensen op scherp.
  • Hij slaat geen hulpvraag af, maar niemand kan Hem voor zijn/haar karretje spannen.
  • Hij gaf zijn leven – niet voor iemand die dichtbij Hem stond, maar voor iedereen.
  • Hij ging dood, maar werd levend.

Er zou nog meer te zeggen zijn, maar laten we dit profiel afsluiten. Ik zou je willen zeggen – w.b. die journalisten-rol – die is volgens mij uiteindelijk niet vol te houden. Jezus is namelijk iemand die iets met ons te maken wil hebben, die aanspraak maakt op ons leven, die het persoonlijk maakt en jou en mij vraagt positie in te nemen.

En ik denk dat als we Hem besproken hebben, Hij je vraagt: Wie denk jij dat ik ben?

Hij nodigt je uit – wie je ook bent, waar je ook staat, wat er ook gebeurt, wat je ook weet, wat er ook mis is gegaan. Hij nodigt je uit en zegt: Vertrouw mij, geloof in mij, geef mij de leiding van je leven.

Mag ik afsluiten door te zeggen wie Hij voor mij is?

Voor mij is Jezus genialer, groter, veelzijdiger, verrassender en interessanter dan ik had verwacht. Hij is zo anders en toch zo vertrouwd. Ik ben erachter gekomen dat ik Jezus niet kan voorrekenen en vaak zelfs niet narekenen. Hij lijkt soms niet in te grijpen, als ik denk dat het precies het goede moment is. En soms als ik er niet op bedacht ben, grijpt Hij juist wel in. Ik geloof niet dat ik ooit zijn macht en liefde heb overschat. Hij is levend, aanspreekbaar, misschien vaak op de achtergrond, maar actief. Ik ben Hem zo dankbaar voor wat Hij gedaan heeft. Ik dank Hem voor zijn vergeving en genade. Ik heb Hem lief. Ik gun Hem iedereen. Hij geeft me meer zicht op kwaad en lijden, maar ook meer vreugde. Het maakt dat ik sommige dingen moeilijker ben gaan vinden, terwijl mijn leven lichter is. Ik probeer mij dagelijks aan zijn woorden te houden en ze beter te begrijpen en beter te volgen. Ik merk dat ik daar niet slechter van wordt – al blijft het bij mij vallen en opstaan. Zonder Hem zou ik zoveel cynischer in het leven staan. Ik heb mijn hoop op Hem gesteld – wat betreft mijn toekomst, wat betreft de toekomst van hen die me lief zijn en wat betreft de toekomst van de hele wereld. Ik heb er nog geen seconde spijt van gehad dat ik in Hem geloof.

Amen.