Het DNA van Jezus, een meditatieve blog over advent

“De maagd zal zwanger zijn en een zoon baren, en men zal hem de naam Immanuël geven.” (Matteüs 1:23)

Als je ooit een boek gaat schrijven, begin dan niet zoals de evangelist Matteüs met een lange lijst moeilijke namen. Zo schrik je de lezers af. De kans is groot dat mensen het boek na een paar zinnen dichtslaan. Onbegonnen werk. Het is dus niet gek dat we het eerste gedeelte van het boek Matteüs nauwelijks lezen.

Geslachtsregisters. Stambomen. We vinden het vaak saai. Het is niet interessant om een lange lijst veelal onbekende namen aan te horen. Liever slaan we zulke bijbelgedeelten over. ‘Pa, sla alsjeblieft die namen over’, zei ik vroeger als kind wanneer we aan tafel uit de Bijbel lazen. Wat moet je met een stamboom van iemand anders? Al die namen boeien niet, tenzij het over je eigen familie gaat.

Onze roots
Wanneer onze eigen stamboom ter sprake komt is het anders. Stamboomonderzoek is razend populair in coronatijd. Juist nu vragen we ons af: waar kom ik vandaan? Volgens de Nederlandse tak van het wereldwijde platform MyHeritage blijkt het volgende: het aantal Nederlanders dat op zoek gaat naar hun roots, is in de coronaperiode gigantisch gestegen.

We zijn meer thuis en hebben meer tijd om na te denken over dingen. Door Corona vragen we ons af: met wat voor problemen hebben onze voorouders eigenlijk moeten dealen? Hoe gedroegen zij zich in een crisis, een oorlog of tijdens een pandemie als de Spaanse Griep? Natuurlijk is het interessant om je stamboom uit te pluizen, maar het werkt ook helend als je weet hoe je voorouders staande bleven in een crisis.

Wie ben je?
Hele websites zijn gewijd aan het onderzoeken van de stambomen van familie-genealogieën. Voor gepensioneerden is het vaak een uit de hand gelopen hobby. Het uitpluizen van de familiegeschiedenis levert spannende vragen op als: waar komen je voorouders vandaan? Wat hebben ze gedaan? Zijn er helden bij, of schurken? Van wie stam je af?
Deze vragen doen er toe, want je vader en je moeder neem je mee. Iemand zei eens: Je draagt hen in je eigenschappen. Onze voorouders zeggen iets over wie wij zijn.

Stamboom van Jezus
Als Matteüs zijn evangelie begint met een lange lijst namen dan wil hij daarmee laten zien wie Jezus is. Jezus staat in een lange traditie. Als je deze traditie wilt begrijpen, moet je bij het begin beginnen. Het is meteen duidelijk dat Jezus zijn hele oud-testamentische aanhang met zich meesleept. Jezus is niet los verkrijgbaar. We kunnen hem niet losweken van zijn voorouders. Die krijgen we met hem over de vloer. En daar zitten vreemde en dubieuze figuren tussen.

De stamboom van Jezus is er niet één om onverdeeld trots op te zijn. Natuurlijk zitten er grote namen bij. Denk aan die van Abraham en David (alhoewel David een pikant slippertje maakte...). Maar er zitten ook namen bij die je niet verwacht in een stamboom. Zo was koning Achaz geen lieve jongen. Hij jaagde al zijn tegenstanders over de kling en hield er vreemde praktijken op na. Verder is het revolutionair dat er vier vrouwen voorkomen in de stamboom van Jezus. In de dagen dat Matteüs zijn boek schrijft is dat hoogst ongebruikelijk. Is hij een feminist avant la lettre? Je zou het haast denken...

Opvallend is dat sommige van deze vrouwen buitenlanders zijn. De norm was: eigen volk eerst. Israël en de andere volken gingen lang niet altijd goed samen... Toch moffelt Matteüs deze vrouwen niet weg. Ze krijgen voor altijd een plekje in de stamboom van Jezus. De evangelieschrijver gaat zelfs nog verder. Hij maakt het helemaal bont als hij laat doorschemeren dat er vrouwen bij zitten van lichte zeden.

Al met al is het een bijzonder gezelschap. Onder Jezus’ voorouders bevinden zich prostituees, koningen met losse handjes en mensen die het niet zo nauw nemen met de moraal, bedriegers en zo kunnen we nog even doorgaan. Gelukkig is daarmee niet alles gezegd. Er zitten ook diepgelovige mannen en vrouwen bij met wie we ons graag identificeren. Neem bijvoorbeeld Abraham of Ruth.

Moment suprême
De stamboom eindigt met Jezus. Hij is de laatste in deze lange rij namen. Hij is de laatste, maar eigenlijk ook de eerste. Met de komst van Jezus komt alles over de eigenschappen van onze voorouders, die we met ons meedragen, op losse schroeven te staan. De evangelist Matteüs schrijft op de eerste bladzijde van zijn evangelieboek:

“De maagd zal zwanger zijn en een zoon baren, en men zal hem de naam Immanuël geven.” (Matteüs 1:23)

De zoon die Maria zal krijgen is niet genetisch verbonden met de stamboom die Matteüs heeft opgeschreven. Het doorgeven van generatie op generatie van het erfelijke materiaal hapert als Jozef aan de beurt is.

Negenendertig keer schrijft Matteüs: ‘En hij verwekte…’ Gek genoeg staat het er de veertigste keer net even anders. Jozef de timmerman wordt wel genoemd, maar niet als de biologische vader van Jezus. Matteüs schrijft alleen dat Jozef de man van Maria is. Op het moment suprême staat de man buiten spel. Dat is de crux van deze wonderlijke stamboom.

Zonder de komst van Jezus was die stamboom een hopeloos lied met een droevig refrein. Het is dankzij Jezus dat het leven van zijn ‘voorouders’ (en daarmee ook van ons!) in een totaal ander perspectief staat. Deze lijst met namen zegt alles over de mensen voor wie Jezus komt. Mensen als wij, die falen en vallen, vreemd doen, vreemd gaan, van vreemde afkomst zijn. Gelovigen die vaak meer in zichzelf geloven dan in God. Mensen die leven in adventstijd, maar de Heer niet verwachten.

Immanuel
Met al die mensen verbindt Jezus zich op leven en dood. Hij gaat er niet boven staan, hij voelt zich niet te groot voor ons, integendeel. De boodschap van deze stamboom zit verborgen in de naam die Jezus krijgt: Immanuel. Deze naam betekent: God met ons. De Zoon van God komt naar de aarde en kruipt als het ware in onze huid. Onder een warm kloppend hart van verwachting groeit hij als mens in het binnenste van Maria. Van een klompje cellen tot een embryo van vlees en bloed.

Ongelooflijk
Voor de komst van Jezus is niet de potentie van een man nodig. Op het hoogtepunt wordt de man buiten spel gezet. Dit is een onderonsje tussen God en Maria. Maria is zwanger van de heilige Geest. Natuurlijk hoeft ze met dit verhaal niet bij haar buurman aan te komen. Zwanger van de heilige Geest? Maak dat de kat wijs! Wat er met Maria gebeurt is ongelooflijk. Voor de een is dat woord een uitdrukking van ongeloof, voor de ander een uitroep van verbazing: ongelooflijk!

Van boven
Nu is het van cruciaal belang dat we het wonder van Maria’s zwangerschap niet proberen te ontrafelen. Daarmee is het wonder weg en slaan we het verhaal plat. Kenmerkend voor een wonder is juist dat het niet kan, wetenschappelijk ondenkbaar is, maar toch gebeurt. In de hele Bijbel lezen we over gebeurtenissen die van ons uit niet kunnen, maar bij God mogelijk zijn. Hier hebben we dus met het geheim van een ‘onmogelijke mogelijkheid’ te maken. Aan het begin van het boek van Matteüs gaat het dus niet om biologie, maar om theologie. Matteüs laat er geen misverstand over bestaan. Zijn boodschap is dat onze redding van boven komt.

Als je dat beslissende begin van het evangelieboek schrapt dan houd je weinig over. Natuurlijk, Jezus blijft een bijzonder mens. Hij past in het bijzondere mensenrijtje van Ghandi, Martin Luther King, moeder Theresa en Nelson Mandela. Een inspirerend voorbeeld. Maar gaan we daarmee over een aantal dagen Kerstmis vieren? Is dat nu de kern van ons geloof? Een geloof in bijzondere mensen? Hebben christenen daarvoor de eeuwen door hun leven gewaagd? Zijn mannen, vrouwen en kinderen voor een mensengeloof voor de leeuwen geworpen in arena’s?

Matteüs vertelt een ander verhaal. Niet méér van hetzelfde. Wat hij schrijft is echt níeuw. Dit verhaal komt van boven, bij God vandaan. Op de eerste bladzijde van zijn boek speelt hij meteen open kaart. De stamboom van Jezus is uniek. Deze stamboom staat niet in het perspectief van het verleden, maar van de toekomst. Om te weten wie je bent moet je niet alleen onderzoek doen naar je voorouders, maar vooral focussen op Jezus. In hem komen alle lijnen samen.

Een genealoog, een therapeut, een coach of psycholoog kan je helpen jezelf beter te leren kennen, maar uiteindelijk is er maar één die jou beter kent dan wie ook. Hij kent jouw stamboom van begin tot eind, de mooie kanten en de dingen die je graag voor anderen verborgen wilt houden. Hij kent je DNA (daar kan geen DNA-test tegenop).

Onderzoek naar Jezus
Wil je echt weten wie je bent? Wil je dat jouw leven zin en betekenis heeft? Doe dan vooral onderzoek naar Jezus. Het hoopvolle is dat je hem niet kunt opsluiten in het verleden. Dat laat Matteüs in zijn evangelieboek overtuigend zien. Juíst omdat hij de levende is gaan we binnenkort weer het Kerstfeest vieren.

Jouw stamboom, jouw verleden, het staat niet langer op zichzelf. Jezus neemt het in zich op. Hij transformeert het. Doe in deze coronatijd vooral onderzoek naar Jezus en je zult zien dat je steeds meer op hem gaat lijken. Zijn woorden en zijn daden gaan als het ware in je DNA zitten. Op zo’n manier dat je buurman zegt: Jij bent er zeker ook eentje van Jezus..

Bram Robbertsen, buurtpastor Goud van Noord en lid van Noorderlicht

Naar de lijst