Doe moeite voor afzondering

Gepubliceerd
zondag 19 januari 2020
Voorganger
Niels de Jong
Bijbeltekst
Matteüs 14:13-23

Gezongen

Laat het feest zijn in de huizen - Opwekking 553
Hoe machtig is uw naam - Sela
Stil, mijn ziel wees stil - Opwekking 717
Votum en Groet - Opwekking
10.000 reasons - Opwekking 733
Jezus overwinnaar - Opwekking 832

Naar de lijst

Om afzondering te vinden moet je moeite doen


Er gaat het verhaal van Arsenius. Hij had het gemaakt in het oude Rome en had zich opgewerkt tot senator. Op de een of andere manier had hij het gevoel dat er wat mis was met hem, en dat hij verlost moest worden. Hij bad: ‘Heer, leid mij op de weg van verlossing’. Toen hoorde hij een stem die zei: ‘Vlucht, wees stil en bid voortdurend’. Hij gaf gehoor aan deze stem, gaf zijn positie op en ging God zoeken in de woestijn.

Ik heb het verhaal uit het boek met de titel: ‘Vlucht, wees stil en bid’. Een boek dat ik kan aanraden trouwens. Die woorden ‘Vlucht, wees stil en bid’ lijken de woorden te zijn die Jezus probeert op te volgen in het gedeelte dat we gelezen hebben.

Jezus probeert zich los te maken, alleen te zijn, stil te zijn om te bidden. In eerste instantie lukt dat niet. In tweede instantie wel.

Jezus vlucht weg, zou je kunnen zeggen. Of anders gezegd, Hij maakt zich actief los en zoekt de afzondering. Maar vluchten vind ik wel een mooi woord. Omdat het een sterk woord is. Omdat het aangeeft dat het niet iets makkelijks is. Het heeft iets van jezelf losmaken en wegvluchten. Dat gaat niet vanzelf, want iemand die vlucht laat ook van alles achter. En dat gebeurt ook met iemand die de afzondering zoekt, die laat van alles achter. Van alles ook wat roept: ‘Blijf’, ‘Doe mee’, ‘Kijk hier’, ‘Doe dit nog eerst’. Die stemmen moet je negeren, ervoor wegvluchten. Weg van de dagelijkse dingen, weg van afspraken, weg van woorden, geluid en afleiding. Weg van mensen. Weg van feestjes. Weg van presteren. Weg van jezelf bewijzen. Weg van alsmaar door blijven gaan.

Jezus zoekt de afzondering, Hij wil alleen zijn. En dat is in zijn geval goed voor te stellen. Hij heeft net een moeilijk bericht gehad. Zijn geestverwant, zijn neef Johannes, is om het leven gebracht door Herodes. Op gruwelijke wijze ook nog. Het geeft aan dat Jezus bezig is met een gevaarlijke missie. En het ergste nog is dat hij zijn neef is verloren. Je kunt je voorstellen dat Jezus zich even wil terugtrekken en de afzondering zoekt. Hij moet hier bij stil staan. Hij wil niet zomaar als een blind paard doorgaan, maar pas op de plaats maken.

Maar Jezus wordt niet met rust gelaten. De mensen krijgen door waar Jezus heen is. En ze staan Hem aan de kant van het water op te wachten. Niet zomaar een enkeling – een grote menigte.

Je zou verwachten dat Jezus uit de boot stapt en zegt: ‘Nu even niet’. Of: ‘Morgen weer’. Of: ‘Ik zie niets in mijn agenda staan, dus ik denk dat hier iets is misgegaan’. Je zou je goed kunnen voorstellen dat Jezus nu even genoeg heeft aan zichzelf, aan zijn eigen verlies, zijn eigen verdriet. En dat Hij het er nu niet bij kan hebben. Maar er staat: ‘Toen Hij uit de boot stapte en de menigte zag, voelde Hij medelijden met hen en Hij genas hun zieken’. Jezus heeft medelijden met de mensen, Hij voelt hun problemen, Hij heeft oog voor de zieken. En Hij gaat helpen. En als de avond valt, geeft Hij hen door een wonder te eten. Het blijken er duizenden te zijn, maar Hij laat niemand zonder lege maag gaan.

Maar als de nood gelenigd is, dan gaat Jezus weer op zoek naar de afzondering. Blijkbaar is dat zo belangrijk voor Hem, dat er bij Hem van uitstel geen afstel komt. Er was van alles dat Hem ervan had kunnen weerhouden om de afzondering te zoeken. De leerlingen die hadden vast behoefte aan een nagesprek – het was nogal wat, wat er gebeurt was. Van het weinige dat zij ingebracht hadden, had Jezus iets heel veel gemaakt. Dat is nogal een belangrijk principe in hoe de dingen bij God gaan. Als we het weinige dat we hebben niet achterhouden voor onszelf, maar geven, dan kan Jezus daar heel veel mee. Over dit principe was nog lang door te praten. Of over het feit dat Jezus hun idee had gewaardeerd, maar ook had veranderd – dat was ook een mooie les geweest. Of dat Jezus als ware Hij de nieuwe Mozes zijn volk van voedsel voorziet. Ook een punt voor een goed inhoudelijk gesprek. Maar nee – Jezus stuurt zijn leerlingen weg. Ze moeten in de boot stappen en naar de overkant varen. Hij neemt op zich dat Hij de mensen zal wegsturen. De mensen stuurt hij dus ook weg. Terwijl je zou kunnen zeggen, er was best nog wat nazorg mogelijk. Tussen al die duizenden mensen liepen er vast nog wel een paar voor wie een nachtelijk gesprek a la Nicodemus wel goed had kunnen zijn. Of misschien waren er nog enkelen die een luisterend oor wel konden gebruiken. Of iemand die hulp nodig had. Maar nee, Jezus stuurt ze allemaal weg. Jezus zet hier een streep – uitstel OK, maar dat afstel gaat er niet komen. Hij moet alleen zijn, die afzondering heeft Hij nodig. En de wegen van Jezus en de mensen gaan uiteen. Hij gaat de berg op. Hij zoekt alsnog de afzondering. ‘De nacht valt’ staat er, en hij is daar helemaal alleen.

Jezus moest die afzondering bijna bevechten. Hij moet in ieder geval heel sterk zijn om de afzondering te vinden. De afzondering die Hij blijkbaar nodig heeft. En als Jezus hem al nodig heeft, dan hebben jij en ik hem nog veel harder nodig.

Maar wegvluchten, dat valt ook ons niet zo mee. Terwijl ik denk dat er maar één goede reden is om de afzondering uit te stellen. De nood van mensen. Als je medelijden voelt bij concrete nood en je kunt er wat aan doen – dan is het goed om je afzondering uit te stellen. Maar verder niet. Als de ergste nood gelenigd is, zoek dan alsnog de afzondering.

Ik kan het mis hebben, maar wij zien nog veel meer andere redenen om de afzondering uit te stellen of in het geheel niet op te zoeken. Ik denk vooral twee redenen:

1. Mensen vragen onze aandacht
Mensen die ons vragen bij hen te blijven. Mensen die een beroep op ons doen, die iets van ons willen, die iets van ons vragen zonder dat er van grote nood sprake is. Maar onze baas, onze collega’s, onze vrienden, al die mensen die iets zeggen in onze whatsappgroepen – we laten ze voorgaan. Ze vragen onze tijd en we geven het. We kijken weer naar berichtjes of naar mogelijke berichtjes. Zelfs allerlei haast onbekende mensen laten we voorgaan. We kijken naar hun posts. We lezen nieuwsberichten. We laten ons afleiden.

Op een gegeven moment moet je ze wegsturen, een streep trekken. Het is goed geweest. Je moet de afzondering opzoeken.

2. We zijn bang
De tweede reden dat we de afzondering niet opzoeken is deze: We zijn bang. Ik denk dat wij ook bang zijn voor die afzondering. In het geval van Jezus – in die afzondering zal het verlies binnen gekomen zijn. De rouw en het verdriet. En als jij de afzondering zoekt, komt die misschien ook wel binnen. Misschien voel je opeens verdriet dat er al lang zat. Of voel je opeens de eenzaamheid die je zo hard aan het verdringen was. Of voel je opeens de boosheid die je altijd maar wegdrukt. Of die nare gedachten. Of weet je niet wat je moet, als je niets te doen hebt. Voel je je een nobody als je niet productief bent. Misschien ben je bang voor de confrontatie met jezelf. Of voor vragen als: Wie ben ik eigenlijk? Wie ben ik als ik niets presteer? Wie ben ik als ik met niemand in contact sta?

Mensen – bekende en onbekende – ze houden ons af van afzondering. Ook angsten – die houden ons ervan af. Maar Jezus liet zich er niet van afhouden. Hij had werk te doen zou je kunnen zeggen. Het zou niet makkelijk worden voor Jezus. ‘En de nacht viel’, staat er veelbetekenend bij. Het zou een donkere nacht voor zijn ziel worden, zou je kunnen zeggen. Maar Jezus liet zich er niet van afhouden.

Maar is die afzondering dan zo belangrijk? Nee. Die is niet belangrijk. Tenzij je wilt leven.

Als je wilt doorgaan als een blind paard, als je zo min mogelijk wilt voelen, als je jezelf wilt opbranden – kies dan niet voor afzondering. Maar blijf jezelf vermaken. Zorg voor schermen die aanstaan. Zorg voor geluid. Laat je afleiden. Vul je leven met allerlei onbetekenende contacten.

Maar als je wilt leven, voelen, liefhebben, genieten – kies dan voor afzondering. Als je jezelf wilt vinden – kies dan voor afzondering. Als je God wilt vinden – kies dan voor afzondering. Dat laatste is wat Jezus hier ook zoekt. Jezus ging namelijk de berg op. In de bijbel is een berg vaak de ontmoetingsplek met God. Jezus wilde God zoeken, Hij wilde de aanwezigheid van God opzoeken. Het gesprek met zijn Vader. Daarvoor moet je je afzonderen. In de herrie van deze wereld, in de voortdurende afleiding, in het je voortdurende bewijzen of actief zijn, in het maar door- en doorgaan – daar ga je God niet vinden.

Jezus had het nodig. De afzondering. Het contact met God. Het stil zijn. Alleen zijn. Om te bidden, staat er bij. Het gesprek met God – dat ging Hij aan. Ook op dit verdrietige moment in zijn leven. Ook nu Hij net allerlei zieken had genezen. Ook nu Hij net duizenden mensen had gevoed. Hij wil praten met zijn vader.

Wat moeten wij doen?

Stil zijn.
De afzondering zoeken – dat moet je zeker doen. Maar soms worden je plannen doorkruist. In dit geval de nood van mensen. Blijkbaar gaat dat voor. Mensen in nood gaan voor de afzondering. Maar het gevaar is dat er van het uitstel afstel komt – en dat is niet de bedoeling.

Om te bidden
Je zult maar gepland hebben om even alleen te zijn. Je terug te trekken. En dan staan er opeens allemaal mensen voor je die een beroep op je doen. Of er dreigt iets mis te gaan – waar jij dan wat aan kunt doen. Wat doe je dan?

Het overkomt Jezus.

Gerelateerde pagina's